De juiste sluitertijd bij stromend water

Geschreven door Nando Harmsen op donderdag 4 augustus 2016

Stromend water, of beter gezegd bewegend water, is iets wat graag vast gelegd wordt. We proberen vaak sluitertijden te bereiken die seconden tot vele minuten lang zijn. Juist voor dit doel zijn grijsfilters beschikbaar waarvan de Big Stopper, Lee’s 10-stops grijsfilter, misschien wel de bekendste is. Er zijn inmiddels door veel fabrikanten verschillende sterktes grijsfilters te verkrijgen, zoals een 6-stops, natuurlijk het 10-stops en zelfs een 16-stops.

Maar er bestaan ook minder sterke grijsfilters. Hoewel die vaak over het hoofd gezien worden omdat er gedacht wordt dat ze onvoldoende licht blokkeren om lange sluitertijden te bereiken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een 3-stops grijsfilter. Maar is het wel nodig om altijd zoveel mogelijk licht te blokkeren om zo extreem lange sluitertijden te bereiken? Alles hangt af van hoe snel het water beweegt en wat het brandpunt is wat gebruikt wordt. Dus hoe gaan we een goede inschatting maken hoe lang we moeten of willen belichten?

Snelheid en beweging

Water beweegt niet altijd even snel. Een wateroppervlakte van een vijver, ven of meer beweegt vaak alleen op de wind. Een rivier zoals de Maas of Waal stroomt vrij snel maar de beweging is rustig zonder veel turbulente bewegingen. De zee is bijna altijd in beweging, zeker met een branding en al helemaal wanneer er rotsen of golfbrekers in de branding zijn. Bergbeken bewegen rustig tot heel wild en watervallen…, daar wil het water zo snel mogelijk naar beneden. De snelheid en beweging van het water is dus erg afhankelijk van de omstandigheden. De meest ideale sluitertijd moet gekozen worden aan de hand van die snelheid en beweging.

Brandpunt

De snelheid van het water mag dan belangrijk zijn, de brandpuntsafstand bepaalt hoeveel van die beweging in de foto te zien zal zijn. Gebruik je een groothoekobjectief, dan zal alles wat je ziet verkleind in de foto afgebeeld worden. Anders past het immers niet “binnen” de randen van de foto. Een tele-objectief daarentegen zorgt ervoor dat er een klein deel van het landschap groot op de foto komt; het tele-objectief vergroot dus.

Stel dat je met groothoek-objectief een waterstroom van 10 meter lengte op de foto zet en het water verplaatst zich een meter per seconde, dan zal de beweging maar 10% van de breedte van het beeld afleggen. Wanneer je een tele-objectief gebruikt dat alles 5x vergroot zal er nog maar 2 meter van de lengte van de waterstroom op de foto komen. Bij dezelfde watersnelheid zal de verplaatsing van het water maar liefst 50% van het beeld afleggen. Dat is een groot verschil. In de praktijk kan het verschil tussen een groothoekobjectief en een tele-objectief al snel oplopen tot vergrotingen van 10x, wat een wereld van verschil kan opleveren.

Afstand

Het verschil dat brandpuntsafstanden betekenen voor de afstand die het water per tijd in de foto aflegt, geldt ook voor de afstand die je van de waterstroom staat. Hoe dichter je op het bewegende water staat, hoe sneller het lijkt te stromen. Sta je verderaf, dan zal de beweging kleiner lijken. Het is net zoals vanuit een rijdende trein naar buiten kijken. De koeien in de weide die dicht bij het spoor staan schieten enorm snel voorbij, terwijl de koeien die ergens achter in de weide bij de horizon staan nauwelijks bewegen. Natuurlijk staat de afstand in relatie tot het brandpunt, want hoe verder je van het bewegende water af staat, hoe meer je de neiging krijgt om een tele-objectief te kiezen. Maar dit is niet altijd het geval. Soms wil je gewoon een detail vastleggen waarvoor je een tele-objectief gebruikt. Je vergroot dan het detail in het bewegende water, en tegelijkertijd vergroot je de beweging van het water.

Kies een compositie en brandpunt

Het eerste wat je moet doen is een compositie zoeken en een goede brandpuntafstand kiezen, dat in beeld brengt wat je wilt laten zien. De brandpuntsafstand bepaalt tevens hoe groot de afstand tot het bewegende water is. Bedenk daarbij tevens dat zoveel mogelijk op de foto zetten niet altijd het beste is. Dit omdat de kijker makkelijk kan verdwalen in het landschap dat je in beeld brengt. Als het water belangrijk in de foto is, zorg dan dat het water ook het onderwerp wordt.

De hoeveelheid beweging bepalen

Op het moment dat je aan zee of een meer staat, of op de rotsen in een wildwaterrivier balanceert, moet je bepalen hoeveel beweging je in de foto zichtbaar wil maken. Iedereen kent de foto’s van een extreem gladde wateroppervlakte, waarin geen enkel detail te zien is. Dit is het effect van een heel erg lange sluitertijd.

Hoe meer detail je van het stromende water in de foto wilt hebben, hoe korter je moet gaan belichten. Soms wil je namelijk geen “water wat eruit ziet als melk”. Het ontbreken van elk detail kan namelijk de beweging helemaal onzichtbaar maken waardoor een bergrivier of waterval plotseling minder indrukwekkend lijkt. Kijk daarom goed naar de beweging en besluit hoe je die in de beeld wil hebben.

Snelheid, brandpunt en afstand bepalen dus hoe hard het water door het beeld heen stroomt. Hoe sneller die beweging is, hoe korter de sluitertijd kan worden. Hoe langzamer die beweging is, hoe langer de sluitertijd kan zijn. Het heeft daarom niet altijd zin om een waterval van dichtbij te fotograferen met een 10-stops filter teneinde een sluitertijd van 30 seconden te bereiken. Het water beweegt zo snel dat een of twee seconden belichtingstijd al lang genoeg is om een fijne beweging in de foto te krijgen.

Fotografeer je de zee met een groothoekobjectief, dan zal die twee seconden die bij een waterval voldoende was, niet meer voldoende zijn. In die twee seconden wordt een dermate kleine beweging gemaakt dat het in de foto met groothoekobjectief lijkt of de beweging van het water (bijna) bevroren in beeld gevangen is. In dat geval kan 30 seconden nog niet voldoende zijn en dan komen die zware 6-stops, 10-stops of 16-stops grijsfilters in beeld.

Niet zeker? Probeer het uit!

Sta je op de plek waar je de beweging van het water in beeld wil brengen, maar weet je niet goed welke sluitertijd je moet gebruiken? Maak dan een paar opnamen met verschillende sluitertijden. Begin dan met een relatief korte sluitertijd en maak die elke keer een factor 2 of 4 langer. Dus bijvoorbeeld een foto van 1 seconde, 4 seconden, 8 seconden, 15 seconden en zo verder indien nodig. Pak het grijsfilter pas wanneer je de gewenste belichtingstijd niet haalt. Ga er echter niet vanuit dat zo lang mogelijk altijd het beste is.

Nando Harmsen

Nando Harmsen

Fotografie gaat voor Nando Harmsen terug tot 1979: de hobby van vroeger is een beroep geworden. Zijn kennis is in de loop der jaren flink gegroeid en hij heeft een geheel eigen stijl ontwikkeld in natuur-, concert- en reportagefotografie. Hij deelt graag zijn kennis op zijn website maar geeft ook regelmatig lezingen en workshops met natuurfotografie als onderwerp.

Zopim
Heeft u een vraag?