CameraNU.nl
Nu besteld, vandaag gratis in huis!
Vandaag bereikbaar van 11:00 tot 22:00 uur

Hoe kun je goede partypics maken?

Geschreven door Yljas Roeper op donderdag 4 februari 2016

Flitsen. Het blijft voor velen een dingetje. Zo net las ik nog op m’n tijdlijn op Facebook het volgende bericht: “Ik had geen ‘zin’ in flitsen. Teveel gedoe en sfeer verlagend. Dus de X-T1 met lichtsterke objectieven meegenomen. ISO waarden tot 6400 (!). De resultaten zijn eigenlijk verbazingwekkend goed!” Klinkt leuk natuurlijk, maar er zijn situaties waarbij je zelfs vol open op ISO6400 niet meer uit de voeten kunt. Nog afgezien van het feit dat je zeker met lichtsterke objectieven niet altijd vol open wilt fotograferen in verband met de beperkte scherptediepte. Denk aan een vette party of, in mijn geval, gewoon een leuk schoolfeest.

De grote vraag die ik hier probeer te beantwoorden is dus hoe je er voor zorgt dat je de feestgangers scherp vastlegt, met voldoende scherptediepte en daarbij tegelijkertijd de sfeer behoudt. Hierbij geef ik slechts tips en trucs…, mijn waarheid is niet dé waarheid. Ik beschrijf de manier waarop ik in mijn situatie tot het gewenste resultaat kom.

Doel van je foto’s

Eigenlijk moet er aan bovenstaande een vraag vooraf gaan. Wat is het doel van je foto’s? Ik fotografeer voornamelijk voor de website van mijn school. Die foto’s gaan op maximaal 800px aan de langste zijde het net op. Sporadisch wordt er een foto gebruikt in de schoolkrant. Maximaal op A5-formaat. Geen mega-afdrukken dus. Hoe je partypics maakt heb ik geleerd bij een organisatie die jongerenfeesten organiseerde. Die foto’s werden op maximaal 500px breed op de site geplaatst. Ik had en heb dus wat meer vrijheid qua scherpte en hoeveelheid ruis. Daarnaast bestaat mijn doelgroep uit voornamelijk leerlingen en jongeren en die zijn vooral geïnteresseerd of ze überhaupt op de foto staan. Het is geen kritisch publiek als het om kwaliteit gaat. Dat ik daar zelf wel zwaar aan til, is voor hun bijzaak.

Camera en objectief

De vraag hoe je op donkere locaties het best kunt werken en toch de sfeer kunt behouden kom je bijvoorbeeld op fora nog wel eens tegen. Regelmatig wordt er dan als advies gegeven dat een lichtsterk objectief onontbeerlijk is, indien mogelijk op een semi-prof camera die goed is in het verwerken van hogere ISO-waarden. Ik kan je vertellen dat dit helemaal niet nodig is. Sterker nog…, een kerstgala en andere schoolfeesten fotografeer ik regelmatig met onze schoolcamera: een Canon EOS 400D.

Dat is een camera van bijna 10 jaar oud! Als objectief gebruik ik de EF-S 18-55mm kitlens. Het grootste diafragma van dat objectief is op 55mm f/5.6. De hoogste mogelijke ISO-waarde is ISO 1600. Ondanks dat ik verderop aangeef dat ik ruis geen issue vind, moet je dat bij deze camera eigenlijk wel proberen te vermijden, maar daarover later later meer. Ik heb dit werk, afhankelijk van de locatie en daarmee gepaard gaande risico’s ook gedaan met een Canon EOS 30D met kitlens en een Canon EOS 5D Mark II met 24-105mm f/4.0L. Natuurlijk zijn er kwaliteitsverschillen, maar het gaat me hier om het maximale diafragma en dat scheelt zelfs met het genoemde 24-105mm objectief nog altijd een stop ten opzichte van die 24-70mm f/2.8L. Dat het dus altijd lichtsterk moet zijn, is een fabeltje.

Waar je in een redelijk verlichte huiskamer vaak nog uit de voeten kunt met het opschroeven van je ISO-waarde, het verlengen van je sluitertijd en het verder openzetten van je diafragma, kun je dat in discotheek of vergelijkbare omgeving wel vergeten. Daar is het namelijk heel veel donkerder. Op zo’n moment monteer ik een reportageflitser op de camera en moet ik de apparatuur zo instellen, dat ik de sfeer behoud...

Instellingen voor partypics

Waar je in een redelijk verlichte huiskamer vaak nog uit de voeten kunt met het opschroeven van je ISO-waarde, het verlengen van je sluitertijd en het verder openzetten van je diafragma, kun je dat in discotheek of vergelijkbare omgeving wel vergeten. Daar is het namelijk heel veel donkerder. Op zo’n moment monteer ik een reportageflitser op de camera en moet ik de apparatuur zo instellen, dat ik de sfeer behoud. De flitser laat ik gewoon op TTL staan. De kop blijft of recht naar voren staan, of gaat schuin omhoog. Dat is dan weer afhankelijk van de hoogte en kleur van het plafond op locatie. De camera gaat op de M-stand, zodat ik zelf het diafragma, de sluitertijd en de ISO-waarde kan instellen.

Belichting van het onderwerp

Ik begin met het laatste en schroef die zonder problemen op naar minimaal ISO800. Zoals eerder aangegeven, vind ik ruis dus geen issue, zeker niet als je goed belicht. Als je je foto’s onderbelicht en vervolgens in Adobe Photoshop met “Levels” lichter maakt, kan ruis wel een probleem worden, omdat je de ruis dan ook lichter en dus zichtbaarder maakt. Aan de andere kant hebben we het al gehad over het doel van mijn foto’s. Ze belanden op internet met een maximale breedte van 800px. Op zulke kleine plaatjes is ruis veel minder goed zichtbaar dan op 100% in Adobe Photoshop.

Het diafragma stel ik in op het grootst mogelijke diafragma op van het objectief dat ik gebruik. In mijn geval dus op f/5.6, het grootste diafragma van de EF-S kitlens op 55mm. Wat hier wellicht vermeld moet worden, is dat het diafragma in combinatie met de gekozen ISO-waarde en de flitskracht de belichting van het onderwerp bepalen. Ik stel de eerste twee in, TTL doet de rest. Ik heb de ervaring dat ik hier volledig op de apparatuur kan vertrouwen…, ik weet nu zeker dat m’n onderwerp goed belicht zal zijn bij een door mij gekozen scherptediepte.

Belichting van de achtergrond

Als laatste stel ik de sluitertijd in. Ook hierover bestaan, als ik de adviezen hier en daar lees, flink wat misverstanden. De regel dat de sluitertijd het omgekeerde moet zijn van de brandpuntsafstand om bewegingsonscherpte te voorkomen gaat hier niet op. De “andere” regel dat je tot ongeveer 1/30e uit de hand kunt fotograferen ook niet. De flitsduur is zo kort, dat deze het moment vastlegt.

Met de sluitertijd regel ik niets meer dan de achtergrondbelichting. En aangezien ik zoveel mogelijk licht van de achtergrond binnen wil krijgen, verleng ik die flink. Een sluitertijd van 1/10 tot 0,5s is eerder regel dan uitzondering. Toch zijn de foto’s bij juiste focus altijd scherp. Ook leuk: juist door die flink verlengde sluitertijden kunt je spelen met in- of uitzoomen of je camera in een cirkeltje bewegen, als de sluiter open staat. Achtergrondverlichting wordt dan in convergerende strepen of rondjes weergegeven.

Flitsen op het tweede gordijn?

Er wordt me nog wel eens gevraagd of ik op het eerste of tweede gordijn flits. Feit is, dat je bij flitsen op het tweede gordijn vaak een wat meer verzadigde achtergrond krijgt. Toch werk ik altijd op eerste gordijn. De volgende reden licht hieraan ten grondslag. Bij TTL werk je met een voorflits. Zodra je de sluiterknop indrukt, gaat die af. De camera krijgt het gereflecteerde licht van de voorflits terug door de lens (TTL = Through The Lens). Op basis van die informatie én de camera-instellingen, wordt aan de flitser doorgegeven hoe sterk die moet flitsen voor een goed belichte foto. Vervolgens gaat de echte flits af. Bij flitsen op het eerste gordijn komen de voorflits en echte flits vrijwel gelijktijdig, omdat de echte flits komt op het moment dat de sluiter opengaat. Men ziet maar één flits, ondanks dat het er in werkelijkheid twee zijn.

Flits ik echter op tweede gordijn, dan komt de echte flits pas vlak voor de sluiter dichtgaat. Bij een sluitertijd van 0,5s, wat regelmatig voorkomt, zit er tussen de voorflits en de echte flits dus een halve seconde. Als ik op 0,5s werk, zien de feestgangers de voorflits en denken ze dat de foto al is gemaakt. Vaak draaien ze dan al weg, terwijl een halve seconde later pas de echte foto gemaakt wordt. De feestgangers staan dan niet goed op de foto en dat is niet wat je wilt. Daarom heb ik de keuze gemaakt om altijd op eerste gordijn te werken.

Flitsbelichtingscompensatie

Het kan zijn dat je in een situatie bent dat je het flitslicht eigenlijk iets te fel of juist niet fel genoeg vindt. In dat geval kun je het bijstellen met flitsbelichtingscompensatie. Mijn ervaring met zowel de 430EX als de 550EX is dat ik die graag op -1/3e zet, om het flitslicht net even minder fel te laten zijn. Ik stelde dit overigens in via de camera.

Meer dan partypics

Als je het trucje door hebt, kun je dit in meer situaties toepassen. Denk aan een receptie in een kroeg, een conferentie of een verjaardagsfeest thuis of in een zaaltje. In alle gevallen stel ik altijd eerst m’n ISO-waarde in en bepaal ik met welk diafragma ik wil werken. Dit bepaalt immers m’n scherptediepte. Vervolgens speel ik afhankelijk van de achtergrond en situatie wat met de sluitertijd, met als doel wél de nadruk op het onderwerp te leggen, zonder dat de achtergrond te donker is. Want juist dan verlies je in mijn ogen sfeer. Indien mogelijk gebruik ik het plafond om te bouncen (weerkaatsen), zodat het licht wat zachter wordt. Als dat niet mogelijk is, wil ik nog wel eens een lightsphere of flashbender van Rogue gebruiken. Maar wellicht is het leuk om daar in een later stadium nog eens een kort artikel aan te wijden.

Yljas Roeper

Yljas Roeper, in het dagelijks leven docent biologie en onderwijskundig ICT-coördinator, fotografeert sinds 2001. Waar de nadruk tot enkele jaren geleden vooral lag op het fotograferen van modellen en evenementen, is zijn focus inmiddels steeds meer op reis- en straatfotografie komen te liggen. Als het maar even mogelijk is reist hij naar zijn geliefde Marokko om het kleurrijke leven daar vast te leggen. Zijn werk is veelzijdig. Hij experimenteert veel, want hij is nog lang niet uitgeleerd.

Zopim
Heeft u een vraag?