CameraNU.nl
Nu besteld, vandaag gratis in huis!
Vandaag bereikbaar van 09:00 tot 22:00 uur
×

Vrijdag 9 december zijn wij gesloten in verband met het inventariseren van onze voorraad. Bestellingen worden zaterdag 10 december in behandeling genomen.

Introductie in de astrofotografie

Geschreven door Rutger Bus op donderdag 18 februari 2016

Bij astrofotografie denken veel mensen al snel aan foto’s die gemaakt zijn door gespecialiseerde ruimtetelescopen ergens in een ver land bovenop een berg, of een in de ruimte zwevende telescoop zoals de bekende Hubble ruimtetelescoop. Gelukkig voor ons is dit maar een klein deel van de astrofotografie, waar eigenlijk alles onder valt waar ook maar een ster op staat. Het is dus zeker mogelijk om met de huidige camera’s en een beetje oefenen erg mooie astrofoto’s te maken vanuit je eigen achtertuin. En wanneer je er eenmaal mee begonnen bent kan het erg verslavend werken. Er valt namelijk zo veel meer te ontdekken in de ruimte dan alleen de sterren die we ’s avonds vanuit onze achtertuin zien...

Apparatuur voor astrofotografie

Allereerst zal ik wat vertellen over de te gebruiken apparatuur. Wat je natuurlijk nodig hebt om een goede astrofoto te maken is een camera en een statief aangezien je met langere belichtingstijden werkt. Laten we beginnen bij de camera. Er zijn voor astrofotografie gespecialiseerde CCD-camera’s op de markt, maar die zijn vrij prijzig. Voor een beginnend astrofotograaf raad ik dan ook aan om eerst bescheiden te beginnen. Koop niet meteen het duurste van het duurste maar leer eerst eens goed de basistechnieken van het astrofotgraferen onder de knie te krijgen. Vandaar uit kan je altijd nog uitbreiden om een hoger niveau te bereiken. Ik adviseer dan ook om te beginnen met een gewone instap spiegelreflexcamera. De sensoren van tegenwoordig zijn dusdanig goed dat ze prima te gebruiken zijn om astrofoto’s mee te maken. De foto’s die je in dit artikel vindt zijn bijvoorbeeld veelal gemaakt met een Nikon D5300. Een niet al te dure instap spiegelreflexcamera met uitstekende prestaties en een erg handig kantelbaar beeldscherm zodat je te allen tijde een goed zicht hebt op wat je aan het doen bent. Echt een aanrader dus voor de astrofotografie.

Een objectief kiezen

Daarnaast heb je natuurlijk een lens nodig. Dit kan een standaard lens zijn zoals een 50mm welke ideaal is voor de zogenoemde “wide-field” opnames, een telelens van 300mm om al iets meer richting de “Deep sky” fotografie te gaan of een echte telescoop waar je je camera aan bevestigt voor het echte “Deep sky” werk. In het laatste geval doet de telescoop dienst als een super telelens. De meeste telescopen hebben vaak een brandpunt tussen de 450 á 2000mm of zelfs nog meer. De telescopen vragen wel meer precisie en nauwkeurigheid van de gebruikte apparatuur aangezien elk foutje door de enorme vergroting en de draaiing van de aarde zichtbaar wordt gemaakt in je foto. Ik raad het dan ook af om meteen een telescoop aan te schaffen als je met astrofotografie begint om zo teleurstellingen te voorkomen. Mocht je wel graag direct een telescoop willen aanschaffen dan raad ik aan om jezelf eerst eens te verdiepen in alle mogelijkheden die er zijn. Er zijn namelijk verschillende soorten telescopen op de markt die niet allemaal geschikt zijn voor astrofotografie.

Het makkelijkst is dus om te beginnen met een lens welke een relatief klein brandpunt heeft. Een 50mm lens heeft ongeveer hetzelfde beeldveld als wat wij mensen met onze ogen kunnen zien. Het liefst gebruik je een lens met een zo groot mogelijk diafragma dus een klein f-getal. Een diafragma van f/2.8 is al voldoende, maar groter is in dit geval beter aangezien deze lenzen meer licht kunnen opvangen.

Je hoeft dan dus minder lang te belichten om dezelfde hoeveelheid licht op je sensor op te vangen. Iets wat bij astrofotografie erg handig is aangezien je met de draaiing van de aarde te maken hebt. Hoe korter je kunt belichten, hoe minder last je hebt van deze draaiing en de daarbij behorende sterspoor vorming die je liever niet op je foto terug wilt zien, tenzij het je bedoeling is natuurlijk.

Gebruik een stevig statief

Verder heb je natuurlijk een stevig statief nodig (goed genoeg voor de Wide-field opnames) of een motorisch aangedreven montering die met de zelfde snelheid draait als dat de aarde roteert (voor het Deep Sky werk) zodat je geen last hebt van sterspoorvorming. Zelf gebruik ik de Skywatcher Star Adventurer. Een kleine, niet al te dure (minder dan 400 euro) montering die op een stel AA-batterijen urenlang (mijn batterijen gaan al maanden mee overigens) plezier geeft bij het “volgen” van de sterren waardoor je in plaats van seconden wel minuten lang kunt belichten zonder dat er sterspoorvorming optreedt.

Afstandsbediening met timer

Daarnaast is het gebruik van een afstandsbediening met timer een must. Voor een paar tientjes heb je er al één. Met zo’n onmisbare remote kun je de belichtingstijd en het aantal opnames die gemaakt moeten worden instellen zodat je tijdens het maken van de foto’s niet aan je camera hoeft te zitten wat bewegingsonscherpte voorkomt.

Zelf gebruik ik het liefst lenzen met een vaste brandpunts-afstand. Deze lenzen zijn optisch vaak een stuk beter dan de goedkopere kitlenzen. Objectieven met een vast brandpunt zorgen bijvoorbeeld voor een betere correctie van lelijke vervormingen door coma (komeetvormige sterren aan de randen van je beeldveld) en chromatische aberratie (paarse/groene ringen om je sterren).

Astrofoto's correct belichten

Een belangrijk onderdeel van astrofotografie is de belichting van de foto. Om uit te rekenen hoelang je kunt belichten met een lens zonder dat je sterrensporen krijgt ten gevolge van de draaiing van de aarde kan je de volgende formule toepassen. Deel het getal 500 door de brandpuntsafstand die vermenigvuldigd is met de cropfactor van je camera. De uitkomst is de maximale belichtingstijd die je kunt gebruiken zonder dat je merkbare stersporen ziet verschijnen in je foto. Daarbij moet ik wel vermelden dat hoe groter het brandpunt is des te sneller het opvalt dat je stersporen krijgt. Zo wordt ook wel vaak de 300-regel toegepast in plaats van de 500-regel.

  • 14mm op fullframe: (500/(14 × 1) = 35 seconden belichten
  • 50mm op fullframe: 500/(50 × 1) = 10 seconden belichten
  • 300mm op fullframe: 500/(300 × 1) = 1,6 seconden belichten
  • 4mm op 1,6 crop: 500/(14 × 1,6) = 22 seconden belichten
  • 400mm op 1,5 crop: 500/(400 × 1,5) = 0,8 seconden belichten

Scherpstellen op de sterren

Bij astrofotografie draait alles om scherpte. Een niet scherpe foto ziet er al gelijk heel plastisch uit en verhult de details die wel degelijk aanwezig zijn. Gebruik bij het maken van astrofoto’s nooit de automatische scherpstelling van de camera. Zet de camera en de lens op manueel focussen en kies voor het scherpstellen een redelijk heldere ster aan de hemel. Vervolgens zoom je maximaal in op de ster via de Liveview functie van de camera (dit is wel een must-have). Door voorzichtig aan de scherpstelring van de lens te draaien kan je heel nauwkeurig scherpstellen. Je ziet aan de vorm van de ster (de kleinst mogelijke puntvorm die je krijgen kunt) wel wanneer deze het meest scherpe beeld op je Liveview geeft.

Nauwkeurig scherpstellen

Er zijn ook andere hulpmiddelen voor het uiterst nauwkeurig scherpstellen van de lens, zoals het Bahtinov-masker. Dit is een masker welke je voor je lens plaatst waardoor er een diffractiepatroon ontstaat bij de sterren. Door het ontstane patroon zo symmetrisch mogelijk te krijgen door aan de scherpstelring te draaien weet je zeker dat de lens is scherp gesteld.

Een goede locatie uitzoeken

Minstens net zo belangrijk als de belichtingstijd die nodig is om een goed belichte foto te krijgen is de locatie. In Nederland weten we eigenlijk niet meer wat echt donker is. Er is zoveel lichtvervuiling aanwezig van lichtbronnen in de nabije omgeving dat de echt donkere plekken zeer schaars zijn geworden. Zo zijn er een aantal plekken die het predicaat “donker” nog mogen dragen. Onder andere bij het Drentse plaatsje Wateren, Het Lauwersmeergebied, midden op de Afsluitdijk, de Waddeneilanden en een aantal plekken langs onze oostgrens.

Zwak licht kunnen registeren

Een donkere locatie is nodig om het zwakke licht dat uit de ruimte komt goed te registreren op je sensor. Lichtvervuiling zorgt er namelijk voor dat dit signaal ondersneeuwt in de oranje soep die de lichtvervuiling veroorzaakt. Als je dus echt een duidelijk astrofoto wilt maken moet je bereid zijn om een stukje te rijden, of je hebt geluk en je woont in zo’n donker gebied dan kan je vanuit je achtertuin fotograferen. Wil je weten of jij een donker gebied in je omgeving hebt dan kun je op de Darksitefinder website kijken.

Astrofotografie is een veelzijdige hobby

Wat mij vooral aanspreekt aan de astrofotografie is de veelzijdigheid van het onderwerp. Kijk op een donkere avond maar eens naar de hemel en laat je ogen een tijdje wennen aan het donker. Al snel zal je naast de sterren ook de Melkweg kunnen ontwaren, en zie je naast die sterren ook vage vlekken tevoorschijn komen. Als je deze vage vlekken gaat bekijken door een verrekijker zal je zien dat de vlekken vaak nevels, sterrenclusters of zelfs complete sterrenstelsel zijn. Dat had je van tevoren niet gedacht. Het is dus een ware ontdekkingstocht die velen voor jou al hebben gemaakt, maar juist leuk is om zelf te ontdekken. Je leert dan gelijk meer over de avondhemel, de sterrenbeelden en hoe alles nu precies om elkaar heen draait.

De echte verrassingen en ware juweeltjes zijn voor mij toch wel de kometen waarvan er elk jaar wel een aantal zichtbaar zijn aan de hemel. Als je weet waar je kijken moet tenminste. En soms hebben we geluk en kan zo’n komeet zo helder worden dat hij zelfs overdag te zien is. Maar dat komt niet zo heel vaak voor.

Nawerken van astrofoto's

Het nabewerken van astrofoto's is ook een vak apart en is meestal de helft van het werk. Om te beginnen maken astrofotografen nooit één foto van een paar uur belichtingstijd, maar meerdere korter belichte foto's. “Waarom is dat” zal je je afvragen. Het antwoord is simpel. Stel je maakt één enkele astrofoto van 15 minuten belichting en er komt in die periode net een auto langsgereden die met zijn koplampen in je lens schijnt. Je foto raakt overbelicht en je kan dus weer opnieuw beginnen. Maak je daarentegen 15 opnames van 1 minuut dan hoef je hoogstwaarschijnlijk maar 1 foto weg te gooien die overbelicht is door de autolampen en heb je er nog 14 over voor een mooi eindresultaat.

Om van deze onderlinge foto’s (ook wel subs genoemd) één foto te maken bestaat er handige software. Ikzelf gebruik het gratis programma Deep Sky Stacker. Dit is een gratis programma die alle afzonderlijke foto’s “stapelt” (ook wel stacken genoemd) zodat er uiteindelijk één foto overblijft met daarin de data van alle afzonderlijke subs. Het voordeel van deze methode is dat de ruis die de camera genereert wordt uitgemiddeld tijdens het “stacken”, en daardoor minder prominent aanwezig zal zijn dan wanneer je één enkele foto had gemaakt met een extreem lange sluitertijd. Na het stapelen met de daarvoor gebruikte software word de foto meestal geëxporteerd naar een fotobewerkingsprogramma als Photoshop of Lightroom waarin je door het schuiven van de verschillende “levels en curven” nog meer details in een foto naar boven kunt halen. Dit wordt ook wel “stretchen” van de data genoemd. Daarna kan je de foto naar eigen smaak bewerken. Ik zeg “naar eigen smaak” omdat natuurlijk maar weinig mensen weten hoe de kleuren in de ruimte er nu werkelijk uitzien.

Zelf aan de slag met astrofotografie

Nu wil je natuurlijk zelf aan de slag en dat kan ik je ook zeker aanraden. Neem een digitale spiegelreflexcamera waarop je een medium- tot groothoeklens hebt gemonteerd en zet deze stevig vast op een statief en je kunt direct beginnen met astrofotografie. Zoek vervolgens een mooie donkere plaats uit, of probeer eens wat te experimenteren in je eigen achtertuin. Zorg dat je statief goed stevig staat, en stel handmatig scherp. Het liefst met behulp van Live-view in de meest ingezoomde stand. Een veel gemaakte fout die mensen maken is dat ze direct de hoogste ISO waarde instellen die de camera aankan. Het is echter beter om niet de hoogste ISO-waarde in te stellen, maar het liefst een ISO-waarde van 800, 1600 of 3200 (bij oudere camera's nog iets lager). Hogere ISO-waarden geven vaak meer ruis en minder dynamisch bereik wat jouw astrofoto niet ten goed komt. Het diafragma zet je, afhankelijk van de kwaliteit van je lens, helemaal open. Bij mijn 105mm f/2.8 gebruik ik meestal f/2.8, maar één of twee stops diafragmeren naar f/4 of f/5.6 geeft net een beetje meer scherpte en minder vignettering aan de randen van je beeld, al is dit laatste softwarematig vaak goed op te lossen. De meeste lenzen zijn net niet perfect scherp als je ze helemaal open zet. Probeer er bij het belichten op te letten dat het histogram van de belichting op ongeveer op 1/3 van het beeld ligt.

Belichtingstijden

Voor wat betreft de belichtingstijd moet je misschien een beetje uitproberen. Hoe lang je kan belichten zonder dat de sterren streepjes worden hangt af van je brandpuntsafstand, maar ook van de hoeveelheid lichtvervuiling waar je mee te maken hebt. Op 24 mm kan ik ongeveer 25 seconden belichten per foto vanaf een vast statief. Gebruik een afstandsbediening of de zelfontspanfunctie, zodat je niet aan de camera hoeft te komen als deze een foto maakt. Ga ook niet direct naast je statief staan omdat trillingen via de grond worden doorgeven aan je statief wat weer bewegingsonscherpte veroorzaakt in je foto.

Neem een rode zaklamp mee!

Dan heb ik nog één allerlaatste tip voor je als je gaat fotograferen in het donker…, neem een rode zaklamp mee! Ik hoor u nu denken; “waarom een rode?” Dit omdat onze ogen zich in het donker aanpassen aan de donkere omstandigheden. Sta je een tijd in het donker, dan zal je steeds meer van de sterrenhemel gaan zien. Je creëert dan een soort nachtvisie.

Wanneer je een gewone zaklamp zou gebruiken om bijvoorbeeld je opstelling te checken, dan zou je direct deze nachtvisie verliezen en duurt het minstens een kwartier tot een half uur voor je deze weer terug hebt. Omdat onze ogen minder gevoelig zijn voor rood licht is het daarom handiger om rood licht te gebruiken om je nachtvisie te behouden. Ik hoop dat je wat aan mijn tips hebt gehad en wens je veel succes bij het maken van je allereerste astrofoto!

Rutger Bus

Semi-professioneel, autodidactisch fotograaf Rutger Bus heeft inmiddels bijna vijftien jaar ervaring en heeft zich ontwikkeld als natuur- en landschapsfotograaf. Zijn werk wordt gebruikt voor reclame doeleinden, geplaatst in ZOOM.nl magazine en meest recent een interview in een Readers Showcase op de website van DPReview.

Zopim
Heeft u een vraag?