Standen van een camera

Compact camera’s, systeemcamera’s én spiegelreflexcamera’s hebben verschillende standen waar je tijdens het fotograferen gebruik van kunt maken. Het grote instelwiel gebruik je om een hoofdinstelling te kiezen voor het maken van een foto. Maar wat kun je met deze standen en wanneer gebruik je welke?

De automatische stand

Wanneer je net begint met fotograferen is de volledige automatische stand van je camera de stand die je het meeste zult gebruiken. Als de camera in deze stand staat dan hoef je niet na te denken over wat de beste instellingen zijn, omdat de camera dat zelf voor jou bepaald. Dit is heel erg makkelijk en de techniek van de camera’s is dusdanig goed dat je met de automatische stand al hele mooie foto’s kunt maken. Als je zelf de baas wilt zijn over de instellingen en iets wilt aanpassen, dan zul je een andere stand moeten gebruiken.

Keuzestanden of scénes

De meeste compact camera’s en instap-systeemcamera’s of DSLR’s hebben ook verschillende keuzestanden of scénes voorgeprogrammeerd staan onder het keuzewiel. Deze worden aangegeven met een icoontje zoals een berg voor landschapsfoto’s, een gezichtje voor portretfoto’s, een bloemetje voor macrofoto’s en een poppetje in een sportieve houding voor het maken van actiefoto’s. Door één van deze standen te gebruiken vertel je je camera wat je aan het fotograferen bent en past de camera de instellingen daar op aan.

Program-stand (de P-stand)

Wil je de automatische standen achter je laten en wat meer uit je camera halen, dan is de P-stand een goede optie. In deze programmeerstand kun je de ISO-waarde aanpassen terwijl de camera automatisch de best passende sluitertijd en het diafragma kiest. Eventueel kun je de combinatie van de gekozen sluitertijd en het diafragma aanpassen. Verder bepaal je zelf of je de ingebouwde flitser wilt gebruiken, dit in tegenstelling tot de volautomatische stand, die de flitser al vrij snel activeert.

Sluitertijdvoorkeuze (de Tv- of S-stand)

Bij de Tv- of S-stand heb jij de controle over de gekozen sluitertijd en ISO en past je camera de diafragma zelf aan. Zo kun je er zelf voor kiezen om een bewegend onderwerp in beeld te ‘bevriezen’ of juist het gevoel van de beweging mee te geven. Hoe langer de sluitertijd, hoe meer beweging je in je beeld kunt krijgen. Deze modus is heel handig om te gebruiken als je wilt ontdekken wat de gekozen sluitertijd met het eindresultaat doet.

Diafragmavoorkeuze (de Av- of A-stand)

Met de diafragmavoorkeuze bepaal je zelf met welk diafragma en ISO je werkt en de camera past de sluitertijd zelf aan. Het diafragma heeft invloed op de scherptediepte in een foto. Bij een laag getal zoals f/2.8 is je onderwerp scherp en de achtergrond zacht en onscherp. Zo komt je onderwerp mooi ‘los’ in een foto. Wil je juist meer scherpte in het beeld hebben (zoals bij landschapsfoto’s), dan is een hoger diafragma-getal zoals f/11 een goede optie.

De handmatige stand (de M-stand)

In de manuele stand heb je de volledige controle over álle mogelijke instellingen. Tijdens het fotograferen moet je de lichtmeting goed in de gaten houden en vervolgens kies jij de ISO-waarde, de sluitertijd en het diafragma die daar bij past. De M-stand is bovendien nodig in situaties waarbij je niet het beoogde resultaat kunt halen met één van de automatische standen. Als je bijvoorbeeld tegen de zon in fotografeert, een best extreme situatie, dan zul je merken dat je behoorlijk wat moet aanpassen in de instellingen van je camera om een goed belicht eindresultaat te kunnen behalen.

De Bulb-stand

Niet iedere camera heeft een Bulb-modus, maar als je camera die wél heeft dan kun je er creatieve dingen mee doen! De maximale sluitertijd die je kunt hanteren in de handmatige modus, is bij veel camera’s dertig seconden. Maar wat als je een langere sluitertijd wilt gebruiken? Daar is de Bulb-stand voor. Met de Bulb-stand staat de sluiter zo lang open als jij dat wilt. Let er op dat je alle instellingen handmatig moet bepalen, je fotografeert vanaf een statief én dat je een afstandsbediening gebruikt om ongewenste bewegingen te voorkomen. Deze stand wordt vaak gebruikt bij nachtfotografie.

Meer lezen over instellingen?

Wat is de ISO-waarde?

Wat is de ISO-waarde?

Hoe hoger het ISO-getal, hoe meer lichtgevoelig de sensor is, hoe lichter je foto wordt en hoe meer ruis er ontstaat.

> Lees verder

Wat is diafragma?

Wat is diafragma?

Met het diafragma bepaal je hoeveel licht er doordringt tot de sensor van je camera én hoe groot het scherptegebied is.

> Lees verder