Hoe fotografeer je insecten?

Insecten zijn ontzettend boeiend om te fotograferen. Het wemelt van de kevers, juffers, sprinkhanen, vliegen, bijen, mieren, rupsen, hommels en vlinders. Hoe kun je een insect goed scherp en gedetailleerd op de foto krijgen? Lees hier allerlei tips om insecten te fotograferen!

Wat heb je nodig?

Voor het fotograferen van insecten heb je een camera nodig die kleine onderwerpen goed vast kan leggen. Als je echte macrofoto's wilt maken met een beeldverhouding van 1:1, waarbij het onderwerp in het echt net zo groot is als op je sensor, dan heb je een camera met een macrolens nodig. Fotografeer je wat grotere insecten zoals vlinders en juffers dan kan het ook met een telelens.

Heb je geen telelens of macrolens? Dan kun je de scherpstelafstand van je huidige lens verkorten door tussenringen te gebruiken. Hierdoor kun je bijvoorbeeld met een 50mm f/1.8 objectief hele mooie macrofoto's maken.

Zelfs met een smartphone kun je goede macrofoto’s maken. Er zijn namelijk speciale opzet lensjes voor je telefoon. Je moet dan wel erg dicht om het insect kruipen waardoor hij sneller wegvliegt of onder een blad gaat zitten.

Bekijk macro objectieven | Bekijk smartphone lensjes

Tussenringen

Een tussenring verkort de minimale scherpstelafstand en deze plaats je tussen het objectief en je camera. Je onderwerp komt daardoor groter in beeld, maar de tussenring heeft verder geen invloed op de beeldkwaliteit. Het is mogelijk om meerdere tussenringen met elkaar te combineren om nog dichterbij te kunnen komen. Een tussenring is, net als een close-up filter, een eenvoudige oplossing om te beginnen met macrofotografie zonder meteen een speciale macrolens te hoeven kopen.

Best verkochte tussenringen

Bekijk alle tussenringen

Close-up filters

Een close-up filter kun je een beetje vergelijken met een vergrootglas en schroef je op je objectief. Het insect komt groter in beeld, maar de vergroting hangt af van de brandpuntsafstand van het objectief waar je het filter op zet. Een close-up filter werkt het beste in combinatie met wat langere brandpuntsafstanden zoals een 85mm lens of langer.

Bekijk close-up filters

Welke instellingen gebruik je?

Bij het fotograferen van insecten moet je nauwkeurig te werk gaan en meestal zit je heel dicht op je onderwerp. Om voldoende scherpte in de foto’s te krijgen is het daarom nodig om voor een hoog f-getal zoals f/8 of nog hoger te kiezen. Het is verstandig om een snelle sluitertijd te gebruiken, zeker wanneer je vanuit de hand fotografeert. Een snelle sluitertijd van bijvoorbeeld 1/500e van een seconde wordt een ‘korte’ sluitertijd genoemd.

De ISO-waarde houd je zo laag mogelijk om ruis in je afbeeldingen te voorkomen, maar het diafragma en de sluitertijd zijn voor het eindresultaat veel belangrijker. Wees daarom niet bang om de ISO omhoog te zetten als je een ander diafragma of een snellere sluitertijd wilt gebruiken voor een betere belichting of een scherpere foto!

Hoe stel je goed scherp op een insect?

De scherpte van een foto is erg belangrijk. Je kunt met een spiegelreflexcamera of een systeemcamera automatisch en handmatig scherpstellen op een insect. De automatische scherpstelling is goed te gebruiken bij stilzittende onderwerpen en insecten die wat groter zijn, bijvoorbeeld vlinders. Maar de autofocus stelt vaak nét op een ander punt scherp dan jij wilt en deze manier van scherpstellen heeft meer moeite met kleinere en bewegende onderwerpen. De scherpte kun je na het automatisch focussen, het beste handmatig finetunen op de ogen. Veel macrofotografen hebben dan ook de voorkeur voor een volledig handmatige scherpstelling omdat het sneller en nauwkeuriger is.

Heb je geen vaste hand, wil je met langere sluitertijden werken of werk je met een objectief met een langere brandpuntsafstand? Fotografeer dan vanaf een statief of een monopod om bewegingsonscherpte te komen. Het werken met lange sluitertijden is bij het fotograferen van insecten heel goed te doen als het windstil is.

Handig om te weten

Veel fotografen maken foto’s van insecten met behulp van tussenringen. Bij de meeste tussenringen werkt de automatische scherpstelling niet. Andere automatische functies blijven wél werken, maar je moet handmatig scherpstellen. Let hier eventueel op als je tussenringen gaat kopen.

Waar en wanneer vind je insecten?

Insecten zijn bijna overal te vinden, maar veelbelovende locaties zijn vijvers, bloemenvelden en natuurlijk je eigen achtertuin. Om specifieke soorten vast te leggen, kun je je online vooraf verdiepen in het insect. Zo kun je gericht op zoek naar favoriete plekjes om ze te vinden!

Overdag zijn de insecten heel erg actief en blijven ze maar kort stilzitten, daarom is het aan te raden om een keer vroeg op pad te gaan. ‘s Morgens zijn veel insecten nog niet zo actief omdat ze moeten opwarmen voordat ze kunnen vliegen. Ze zitten echt te wachten op de eerste zonnestralen. Dit maakt het makkelijker om ze te benaderen. Het licht is ‘s morgens ontzettend mooi en je hebt meer tijd om foto’s te maken. ‘s Avonds koelt het weer af en ook dát is een goed tijdstip om op zoek te gaan naar insecten.

Hoe benader je een insect?

Insecten schrikken van snelle bewegingen en onverwachte veranderingen in hun omgeving. Het is niet moeilijk om een insect dicht te naderen, maar je moet er de tijd voor nemen en wat rustiger aan doen. Loop langzaam naar het insect toe en ga niet te snel op de grond zitten of door de knieën. Op deze manier kom je veel dichterbij een insect dan je in eerste instantie denkt. Zorg er ook voor dat je eigen schaduw niet over het insect beweegt.

Let op de omgeving

De achtergrond, de voorgrond én de ondergrond spelen een grote rol bij het fotograferen van insecten. Maak een bewuste keus in hoeveel je van de omgeving van het insect laat zien. Controleer bij het bekijken van je foto’s niet alleen de scherpte, maar bekijk ook goed wat de achtergrond met je foto doet. Is er een felle bloem die de aandacht wegtrekt van het insect en kun je die misschien buiten beeld houden? Of voegen de net zichtbare strepen van het riet juist wat toe aan de foto? Misschien kun je het beeld wat zachter maken door een stukje op te schuiven en door de begroeiing heen te fotograferen of een blad achter het insect vast te houden met je andere hand.

Standpunt en compositie

Je kunt experimenteren met het standpunt, maar de meeste foto’s van insecten worden gemaakt vanaf ‘ooghoogte’. Je zult regelmatig door de knieën moeten of op de grond liggen voor de mooiste hoek. Er bestaan basisregels voor compositie zoals de ‘Regel van derden’, maar je kunt daar van afwijken. Houd bij het bepalen van de perfecte compositie in ieder geval rekening met aanwezige lijnen en met de positie van de kop. Geef het insect wat meer kijkruimte naast de kop en kader niet te krap. Zo kun je later altijd nog wat van de foto afsnijden voor een betere compositie.

Macrofoto’s en flitsen

Je hebt best veel licht nodig voor het maken van goede macrofoto’s. Een flitser kan uitkomst bieden om meer scherptediepte in een foto te krijgen en je kunt er ongewenste schaduwen mee oplichten. Door de kracht van de flits kun je zelfs bewegingen van een insect bevriezen. Denk aan een ringflitser, een twin light flitser of een ‘gewone’ reportageflitser. Een ringflitser geeft mooi, egaal licht en is eenvoudig in gebruik. Met een twin light flitser kun je heel gericht je onderwerp verlichten, maar dat vergt wel eerst wat meer oefening in de praktijk. Sommige fotografen gebruiken een wit reflectiescherm om schaduwen op te lichten.

Dit heb je nodig

Hoe maak je mooie macrofoto's?

Hoe maak je mooie macrofoto's?

Er komt best veel kijken bij het maken van een goede macro-opname. Waar let je allemaal op bij het maken van macrofoto’s?

> Lees verder

Flitsen bij macrofoto's

Flitsen bij macrofoto's

Voor het maken van scherpe macrofoto’s heb je vaak veel licht nodig. En dan biedt een macroflitser uitkomst! Hoe werk je ermee?

> Lees verder