Tips en inspiratie

Tien tips voor avondfotografie

Gerrit de Groot 11 maanden geleden

In de avond of in de nacht kun je hele mooie foto's maken. In dit blog krijg je tien tips! Voor avondfotografie moet je de nodige voorbereidingen treffen en je camera handmatig kunnen bedienen. Eén van de belangrijkste voorwaarden om mooie avond- of nachtfoto’s te maken, is dat je je camera beheerst. Je weet waar de knoppen zitten en waar ze toe dienen. Heb je pas een nieuwe camera aangeschaft? Neem dan de handleiding door zodat je in het donker niet voor verrassingen komt te staan.

1: Gebruik een groothoekzoom voor avondfotografie

Een lens bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van het beeld. Hoe beter het glas, hoe mooier de foto’s. In de stad is een groothoeklens een goede keuze omdat gebouwen vaak dicht op elkaar staan. Als je geen groothoeklens hebt, kies dan een lens die daar qua kwaliteit en beeldhoek bij in de buurt komt (zoals een 18-55mm lens op de 18mm stand). Leer jezelf aan om goede composities te maken met die objectieven. Mijn favoriet is het Olympus M.Zuiko Digital 7-14mm f/2.8 PRO objectief en die zit ook altijd in mijn tas.

2: Gebruik een statief

Het is bijna onmogelijk om vanuit de hand mooie, strakke beelden te maken. Een statief is echt een must voor nachtfotografie. Statieven zijn er in allerlei soorten, maten en prijsklassen. Een statief dat niet stevig staat of je camera niet kan dragen, is weggegooid geld. Neem de tijd bij het maken van een keuze als je een statief koopt. Als je veel reist met handbagage is het bijvoorbeeld handig om een tripod uit te kiezen die ingeklapt niet langer is dan 55 centimeter. Mijn eigen statief is een Gitzo statief, goed maar wel wat prijzig.

3: Werk met een afstandsbediening

Als je met lange sluitertijden werkt of meerdere opnames maakt, is een afstandsbediening zeker een must. Het is belangrijk dat je camera tussendoor niet beweegt om trillingen in het beeld te voorkomen. Er zijn afstandsbedieningen die je met een draad aan je camera kunt verbinden, maar er zijn ook draadloze.

4: Neem een lensdoekje mee

Een lensdoekje mag zeker niet ontbreken in je cameratas. Een vuiltje op je lens kan een lensflare veroorzaken, iets wat in de nabewerking lastig is om weg te halen. Maak daarom voordat je gaat fotograferen je objectief goed schoon met een doekje of een lenspen.

5: Neem extra accu’s en geheugenkaartjes mee

Het meenemen van extra accu’s en geheugenkaartjes is zeker belangrijk. Door de kou kan de accu van je camera iets sneller leeg zijn, dus bewaar een eventuele reserve accu op een warme plek zoals een binnenzak van je jas. Een extra geheugenkaartje is handig voor wanneer er een kaartje het ineens niet meer doet of vol is..., je wilt natuurlijk geen foto’s verwijderen!

6: Bereid je voor, voordat je op pad gaat

Voordat je op pad gaat is het verstandig om een beeld te vormen van wat je wilt doen en daar de juiste locatie voor te zoeken. Pas hier je uitrusting op aan en neem zeker niet teveel mee. Een telelens die de hele avond onaangeroerd in je tas blijft zitten, is puur onnodig gewicht. Bekijk ook hoe de weersomstandigheden zijn. Bij veel regen is het niet verstandig om te gaan, je apparatuur wordt nat en druppels op de lens geven geen mooi beeld. Mooie dreigende wolken daarentegen zijn een echte uitdaging!

Het beste tijdstip om foto’s te maken hangt af van wat je wilt bereiken. Als je bijvoorbeeld een mooie lucht en details op de foto wilt zetten, dan kun je het beste een half uur vóór tot een half uur na zonsopgang of zonsondergang beginnen. Deze tijdstippen worden het zogenaamde “blauwe uurtje” en het “gouden uurtje” genoemd. Wil je juist een donkere lucht? Ga dan vanaf een later tijdstip tot diep in de nacht. Wil je graag strepen van autolampen, zorg dan dat je rond de spits bij een viaduct, brug of iets dergelijks staat of in de stad tijdens de koopavond. Als je goed voorbereid bent, dan kun je met een goed gevoel op pad gaan.

7: Gebruik de juiste instellingen voor avondfotografie

Als je een goede positie hebt bepaald op de locatie, bepaal dan de instellingen. Sla ten eerste de foto’s op als RAW-bestanden. Door in RAW te fotograferen heb je meer vrijheid in de nabewerking. De witbalans kun je op automatisch laten staan, maar als het beeld te warm is van kleur, stel dan de witbalans in tussen de 3200 en 3500 Kelvin. Zet de ISO-waarde zo laag mogelijk om ruis te beperken, meestal is dit ISO 100. Sommige camera’s zijn uitgerust met een ruisonderdrukker. Dit kan handig zijn maar heeft als nadeel dat de verwerkingstijd in de camera langer wordt. Ruis is achteraf makkelijk met een programma als Adobe Photoshop Lightroom te reduceren.

Om zoveel mogelijk controle over de belichting uit te oefenen gebruik je de M-stand. Sluitertijden zijn in die stand vaak beperkt tot maximaal dertig seconden lang. Als je met langere sluitertijden wilt werken, schakel dan over naar de Bulb stand. Schakel de beeldstabilisatie van je camera en objectief uit. Dit kan namelijk een averechts effect geven als je vanaf een statief fotografeert. En doordat het ’s nachts donker is, heeft de camera moeite om het onderwerp scherp te stellen. Doe dit daarom handmatig en gebruik, als je camera deze mogelijkheid bezit, de live view functie door in te zoomen op het onderwerp.

8: Kijk naar je histogram

Met behulp van het histogram kun je beoordelen of een foto onder- of overbelicht of gebalanceerd is. Neigt de grafiek meer naar de linkerkant, dan is de foto donker. Er zijn dan meer pixels in het donkere deel dan in het lichte deel te vinden. Neigt de grafiek juist naar rechts, dan heb je te maken met een lichte foto met meer pixels in het lichte deel van het beeld. Er bestaat trouwens geen goed of slecht histogram. De grafiek geeft alleen maar aan wat er is geregistreerd. Jij beslist of dat goed is of dat je de instellingen wijzigt.

9: Probeer ook eens HDR-foto’s

Met één enkele opname loop je het risico dat er meerdere delen van de foto over- of onderbelicht raken. Kijk wat voor jezelf het mooiste resultaat geeft. Tegenwoordig is het niet zo moeilijk meer om meerdere foto’s samen te voegen. Dit kan heel makkelijk in Adobe Lightroom of Photoshop. Het aantal foto’s dat je wilt samenvoegen hangt af van de situatie waarin je je bevindt. Met het samenvoegen zorg je ervoor dat de juist belichte delen van alle foto’s met elkaar worden vermengd.

10: Bewerken van je nachtfoto's

Door je fotobestanden na te bewerken kun je de kleuren en scherpte optimaliseren, het contrast bepalen en eventuele lensvertekeningen corrigeren. Denk aan het rechtzetten van schuine lijnen bijvoorbeeld. Het is zonde als de horizon nét een tikje scheef is of een gebouw uit het lood staat.

De tien tips op een rij

  • Kies een groothoek of semi-groothoek objectief voor avondfotografie
  • Gebruik een statief om mooie, strakke beelden te kunnen maken
  • Werk met een afstandsbediening om trillingen te voorkomen
  • Neem altijd een lensdoekje of een lenspen mee
  • Denk aan extra accu's en geheugenkaartjes
  • Bereid je goed voor, voordat je op pad gaat
  • Wees je bewust van je camera instellingen
  • Kijk naar je histogram om te beoordelen of de belichting gebalanceerd is
  • Maak meerdere belichtingen op één plek met behulp van bracket instellingen en voeg deze achteraf samen
  • Bewerk je opnames na om de kleuren, de scherpte, het contrast en eventuele vertekeningen te corrigeren

Auteur

Gerrit de Groot

Gerrit heeft een brede interesse maar zijn specialisatie is avond- en nachtfotografie. Waar hij zich ook bevind, observeert hij gebouwen, straten en de bijbehorende belichting, er is altijd wel iets te vinden dat hem opvalt of interesseert. Hij legt de lat hoog en wil de werkelijke sfeer van de avond weergeven qua belichting. Dit is ook terug te zien in zijn herkenbare 'handschrift'.

Bekijk alle berichten

Blijf op de hoogte

Houd mij op de hoogte van laatste nieuwtjes, interessante blogs en aanbiedingen.