Tips en inspiratie

Tips voor het fotograferen van cityscapes

Bas Meelker 3 maanden geleden

Bij landschapsfotografie denken we vaak aan wilde, natuurlijke landschappen. Maar een ander onderdeel is het fotograferen van stedelijke landschappen. Een populair en veelgebruikt woord daarvoor is ’cityscapes’.

Vaak geven fotografen de voorkeur aan het maken van cityscapes in de late schemering. De reden is simpel. Veel gebouwen zijn dan al verlicht, de straatlantaarns en allerlei andere kunstmatige verlichting is aan en er zit toch nog kleur en licht in de lucht. Juist die combinatie van natuurlijk en kunstmatig licht maakt het fotograferen op dit tijdstip zo fascinerend. Genoeg reden om stedelijke landschappen de aandacht te geven die ze fotografisch verdienen. De vraag is natuurlijk, hoe?

Voorbereiding en locatie keuze

Net zoals bij iedere andere vorm van landschapsfotografie, is de voorbereiding belangrijk. Dat begint met het kiezen van een locatie. Welke foto wil je maken? Het kiezen van een stad, dorp of andere bebouwde locatie is vaak niet zo moeilijk. Bij het kiezen van de exacte locatie waar je de foto gaat maken, wordt het vaak al wat lastiger. Ook helpen de algemene regels rond compositie daarbij. Die bepalen uiteindelijk op welke plek je precies gaat staan om de foto te maken. En zaken als afkadering, diepte, een lijnenspel, balans en symmetrie spelen daarbij net zo’n belangrijke rol als bij iedere andere landschapsfoto.

Hoe beter je kennis en ervaring op dat gebied, hoe gemakkelijker het wordt om de juiste keuze te maken. Je kunt ook zeggen dat het vinden van de juiste compositie in een stedelijk gebied juist gemakkelijker is. Veel steden, pleinen en gebouwen barsten immers van de lijnen en zijn vaak gebouwd met een bepaalde symmetrie en balans als uitgangspunt. Het is alleen zaak om je niet af te laten leiden door de chaos, maar je te focussen op deze aspecten.

Zorg er daarnaast voor dat je de gekozen locatie al een keer bezocht hebt op het moment dat de lichten van de stad aan zijn. Dat geeft je een veel beter beeld van de mogelijkheden ter plekke. Waar staan de lantaarnpalen? Hoe valt het licht op de straat of op de gracht? Welke gebouwen worden verlicht en welke niet? Zaken die je overdag niet kunt beoordelen. Scout je locatie dus van tevoren op het juiste tijdstip. Zorg bovendien altijd voor een alternatieve locatie in de buurt. Zeker in bebouwde gebieden kan het voorkomen dat juist op het moment dat jij de foto wilt maken je fotografische feestje verstoord wordt. Een auto of vrachtwagen die besluit midden in je compositie te parkeren. Een gebouw dat toevallig net die dag in de steigers is gezet of een bouwkraan die er gisteren niet stond. Ik heb het vaak genoeg meegemaakt. Dan nog eens op zoek gaan naar een geschikt alternatief is vaak erg lastig. Zorg dat je dus een andere locatie achter de hand hebt.

Cityscapes plannen

Het plannen van je cityscape is een nauwgezette klus!

Seizoen

Kies als eerste het juiste seizoen. Natuurlijk kun je het hele jaar met cityscapes aan de slag, maar zelf geef ik de voorkeur aan de late herfst, de winter en het vroege voorjaar. De periode dat bij ons de wintertijd van kracht is en de zon vroeg ondergaat. De belangrijkste reden hiervoor is dat in deze periode in de late schemering in veel gebouwen nog gewerkt wordt en de lichten dus nog branden of al vroeg aan gaan. In de zomerperiode zijn in de meeste kantoorgebouwen de mensen dan al lang naar huis en de lichten uit.

Weersomstandigheden

De tweede factor waarmee je rekening houdt is natuurlijk het weer. Ik houd zelf van een combinatie van wat wolken, blauwe lucht en een heldere, schone atmosfeer. Enkele wolken in combinatie met een blauwe lucht zorgen ervoor dat de lucht in je foto meedoet en geen effen, oninteressant vlak wordt. De schone, heldere atmosfeer zorgt ten slotte voor mooie heldere kleuren en een maximale scherpte. Die laatste is belangrijk omdat juist bij het maken van cityscapes scherpe, heldere details een belangrijk aspect van je foto zijn. Mijn ervaring is dat goede weersomstandigheden voor cityscapes vaak ontstaan wanneer de wind uit het (noord)westen of noorden waait, de temperaturen laag zijn (koude lucht is schoner) of een flinke regenbui de atmosfeer schoongespoeld heeft.

Tijdstip van de dag

Zoals ik al eerder aangaf, kiezen we er vaak voor om onze cityscapes te maken in de late schemering. Dat noemen we het 'blauwe uurtje'. Realiseer je dat het timen van dat moment een secure klus is. Zodra de straatverlichting aan gaat, wordt het tijd om op te letten. Of het dan al de moeite waard is om een foto te maken, hangt af van de hoeveelheid licht in de lucht. Als de lucht nog erg licht is, wordt het kunstmatige licht van de stad vaak wat getemperd. Met als gevolg dat de kleuren nog wat vlak zijn. Langzaam ontstaat er een situatie waarbij de intensiteit van het natuurlijke en kunstmatige licht met elkaar in balans komen. Dat is voor mij hét moment om de foto te maken. Het moment waarbij alles qua licht en kleur ideaal samenvalt. Dat moment duurt niet lang en vaak heb je, mede gezien de lange belichtingen die je gebruikt, slechts tijd voor een paar belichtingen. Zorg ervoor dat je dat moment goed in de gaten houdt en maximaal gebruikt.

Naarmate het licht in de lucht verder afneemt, zul je merken dat de intensiteit van het kunstmatige licht toeneemt en al snel te fel wordt. Overbelichting en verlies van details is het gevolg. De lucht wordt te donker, tegen het zwarte aan en heeft weinig toegevoegde waarde meer. Kleuren worden minder intens en de dynamiek is weg. Tijd om in te pakken? Meestal wel, maar niet altijd... Als er sprake is van laaghangende bewolking ontstaat er vaak een situatie waarbij het licht van de stad reflecteert tegen de wolken. Het kan voor interessante lichtsituaties zorgen, waarbij details in de lucht je foto versterken en er geen sprake is van een effen zwart vlak. Pak dus niet te vroeg je spullen in!

Wat heb je nodig voor cityscapes?

Je hebt genoeg aan een simpele basisuitrusting:

Het mooie van het maken van een cityscape is dat je geen geavanceerde, alles-kunnende camera nodig hebt. Een simpele spiegelreflex- of systeemcamera volstaat. Het belangrijkste zijn je statief en draadontspanner. Zonder deze accessoires ben je hopeloos verloren aangezien je met belichtingen zult werken die al snel in de seconden of minuten kunnen lopen.

Welke lens heb je nodig?

Bij de lenskeuze liggen de zaken wat anders. Vaak zul je gebruik maken van een groothoeklens. Die keuze ligt voor de hand omdat je te maken hebt met grote gebouwen en de afstand tot je onderwerp beperkt kan zijn. Veel cityscapes maak ik met lenzen rond de 16/17 millimeter (fullframe). Deze objectieven hebben wel een groot nadeel en dat is dat ze meestal veel vertekening hebben. Zodra je je camera niet perfect evenwijdig met je onderwerp houdt, maar bijvoorbeeld omhoog kantelt omdat je meer lucht in je compositie wilt, lijken gebouwen naar binnen te vallen. Verticale lijnen lopen niet meer verticaal. Gelukkig kun je dit tegenwoordig softwarematig corrigeren in programma’s zoals Adobe Photoshop Lightroom. Bedenk wel dat dit geen ideale oplossing is (de software ’rekt’ als het ware de pixels op). Bovendien zal de software een deel van je foto wegsnijden om het perspectief te corrigeren. Het is handig om hier bij het maken van de foto rekening mee te houden door het kader iets wijder te maken dan je van plan was.

Bekijk alle groothoekobjectieven

Tilt-shift objectieven

Tilt-shift objectieven zijn lenzen waarbij je het perspectief kunt corrigeren (shift-functie) en je geen vertekening krijgt. Dat maakt deze objectieven tot mijn favoriet. In plaats van je lens naar boven of beneden te kantelen kun je de lens en sensor parallel met het onderwerp houden. Door de shift functie te gebruiken kun je meer van de lucht (omhoog shiften) of meer van de voorgrond meenemen (omlaag shiften) in je compositie. Verticale lijnen blijven hierdoor echt verticaal. Geen correcties achteraf, maar alles in één keer goed. Wat neem ik mee voor een typische cityscape trip? De Canon 17mm f/4.0 TS-E lens, de Canon 24mm f/3.5 TS-E tilt-shift lens en een Canon EF 24-70mm f/2.8L II zoomlens. Met dit drietal kan ik het overgrote deel van alle situaties prima vastleggen. Heb je geen tilt-shift lens, dan is een 16-35mm (fullframe) of 10-22mm (APS-C sensor) zoomlens ideaal. Een 70-200mm lens is een prima keuze als je een stadsgezicht op afstand wilt fotograferen.

Bekijk alle tilt-shift lenzen

Welke filters heb je nodig?

Bij het maken van cityscapes in het blauwe uurtje zijn er drie filters die ik bij me wil hebben:

  • ND6 neutraal grijsverloopfilter met een harde overgang
  • ND9 neutraal grijsverloopfilter met een zachte overgang
  • ND9 neutraal grijsfilter

Neutraal grijsverloopfilters

Welk grijsverloopfilter ik gebruik, hangt uiteraard af van de situatie. Het grijsverloopfilter met een harde overgang gebruik ik alleen als er sprake is van een duidelijke horizontale lijn door de gehele foto, zoals bij de foto van de Hofvijver in Den Haag. Bij deze foto ligt de overgang op de waterlijn en niet boven op de gebouwen. Als er geen sprake is van een duidelijke horizontale lijn, raad ik je aan om een grijsverloopfilter te gebruiken met een zachte overgang. Qua sterkte kun je in de praktijk een ND6 met een harde overgang vergelijken met een ND9 met een zachte overgang. Of je überhaupt een grijsverloopfilter nodig hebt is echter de vraag. Op het meest ideale moment wordt de voorgrond door de stadslichten immers verlicht en is de balans tussen verlichte voorgrond en lucht dusdanig dat de kans groot is dat je prima zonder filter uit de voeten kunt.

Grijsfilters

Grijsfilters houden, in tegenstelling tot grijsverloopfilters, over je gehele compositie licht tegen. Je kunt ze gebruiken om langzamere sluitertijden te creëren. Waarom? Bijvoorbeeld om voorbijdrijvende wolken meer bewegingsonscherpte te geven. Hierdoor kun je de typische beweging-suggererende wolkenpartijen creëren. Dat kan een mooi contrasterend effect hebben met de heldere, haarscherpe details van de stad. Meestal gebruik ik daarvoor een ND9 grijsfilter, maar ook hierbij is het maar de vraag of je dit filter echt nodig hebt. Vaak is dat niet zo. Je bent immers aan het fotograferen in de late schemering en dan zijn je sluitertijden vaak al zo langzaam, dat een grijsfilter geen toegevoegde waarde meer heeft.

Bekijk alle ND-filters

Polarisatiefilter

Alhoewel ik nooit op pad ga zonder een polarisatiefilter, gebruik ik hem zelden bij het maken van cityscapes tijdens het blauwe uurtje. Alleen als na een regenbui de straten nat zijn en plassen voor hinderlijke schitteringen zorgen, kan een polarisatiefilter nuttig zijn.

Bekijk polarisatiefilters

Een stappenplan voor cityscapes

De techniek voor het maken van een mooie cityscape is relatief eenvoudig. Ook hierbij bepaalt het licht uiteindelijk hoe je te werk gaat. Een stappenplan, in de juiste volgorde:

  1. Bepaal je definitieve compositie. Loop desnoods even met je camera aan je oog rond en verander van standpunt voor een ruwe framing. Zodra je de definitieve compositie hebt bepaald, pak je je statief erbij en ga je je compositie verfijnen.
  2. Zet je camera in de manuele stand.
  3. Kies voor een zo laag mogelijke ISO-waarde.
  4. Stel de belichting van je camera in op een meervlaksmeting. Een zo gemiddelde lichtmeting dus (en andere lichtmetings methodiek kan ook, mits je de lichtmeter maar begrijpt).
  5. Kies je diafragma. Ook bij cityscapes zul je meestal kiezen voor een diafragma tussen de f/8 en f/14. Is je foto wat platter met minder diepte, dan kun je volstaan met een iets groter diafragma. Heeft je foto meer diepte, gebruik dan diafragma’s als f/11 of f/14.
  6. Stel scherp. Dat kun je doen met behulp van de zoeker, maar het is veel gemakkelijker om daar je live view voor te gebruiken. Bovendien kun je daarop inzoomen op je scherpstelpunt en zo heel nauwkeurig je scherpte bepalen. Meestal stel ik bij cityscapes scherp op de voorgrond, zo dicht mogelijk bij de ’onderkant’ van de foto. Je kunt ook andere technieken gebruiken (1/3e - 2/3e methodiek of scherpstellen op het hyperfocale punt).
  7. Bepaal of je een grijs- en/of grijsverloopfilter wilt gebruiken. Wees daar niet al te wiskundig over. Je kunt allerlei verschillen gaan meten, maar zet er eerst maar eens eentje gewoon voor de lens, maak een foto en dan zie je wel of je de juiste keuze hebt gemaakt. Verkeerde filter? Pak dan een andere! Werken met grijs- en grijsverloopfilters is gemakkelijker dan je denkt.
  8. Maak een lichtmeting (nadat je het filter op je lens hebt gezet) door je sluiter half in te drukken. Je lichtmeter in de zoeker en op het display geeft aan of je aan het onder- of overbelichten bent. Kies vervolgens de sluitertijd die naar jouw idee het door jouw gewenste resultaat geeft. Meestal kies ik bij cityscapes voor een zo licht mogelijke belichting.

Wacht op het juiste moment

Nu ben je er helemaal klaar voor. Nu is het alleen nog wachten op het juiste moment. Let op kleine veranderingen in het licht, de kleuren, blijf alert en maak verschillende belichtingen. Het is voor mij niet ongebruikelijk om bij cityscapes gedurende een avond 50 tot 60 verschillende belichtingen op één locatie te maken. Nog een paar algemene tips:

Een goede belichting creëren met zo veel mogelijk details in de schaduwen, mooie volle kleuren en een goed belichte lucht is een combinatie van ervaring en simpelweg uitproberen. Je weet pas dat een foto er nog mooier uit kan zien als je de moeite neemt om te experimenteren. Maak verschillende belichtingen. Varieer met je sluitertijd en kijk hoe ver je kunt gaan. Maar wat je ook doet, maak geen twee foto’s met dezelfde instellingen. Als het licht verandert, verandert je techniek ook.

In stedelijke gebieden worden we vaak geconfronteerd met dingen die we liever niet in de foto zouden willen hebben. Denk aan verkeersborden, logo’s op gebouwen of andere ’storende’ elementen. Laat je daardoor niet te veel afleiden. Vaak verdwijnen deze elementen in ’het spektakel' van de foto als de lichtomstandigheden goed zijn. Bovendien maken we veel cityscapes met een groothoeklens. Zulke lenzen hebben een verkleiningsfactor waardoor ze nauwelijks nog een rol spelen in de uiteindelijke foto. Die elementen worden veel kleiner vastgelegd dan wij ze met het menselijk oog zien.

Net als iedere foto heeft ook een cityscape de juiste nabewerking nodig. Bedenk daarbij dat dit soort foto’s vaak qua beeldcorrectie een hele andere behandeling nodig hebben dan bijvoorbeeld een natuurlijk landschap met egalere kleuren en minder contrasten. Verdiep je daarin. Van een goed gemaakte cityscape kun je met de juiste nabewerking iets fantastisch maken!

Auteur

Bas Meelker

Fotografie is voor Bas Meelker een manier om zijn persoonlijke passie en visie over natuurlijk licht en landschappen te communiceren. Zijn werk wordt geroemd om de dramatische impact, met een combinatie van intense kleuren en composities. Hij geeft presentaties in binnen- en buitenland én zijn workshops zijn zeer populair. Bas is ambassadeur voor Canon, Benro en Sunwayfoto.

Bekijk alle berichten

Blijf op de hoogte

Houd mij op de hoogte van laatste nieuwtjes, interessante blogs en aanbiedingen.