Tips en inspiratie

Macrofotografie en werken met scherptediepte

Johan van der Wielen 1 jaar geleden

Het is weer voorjaar! De eerste echt warme dagen zijn inmiddels een feit en de wereld komt weer in een fris-groene waas terecht. De voorjaarsbloeiers schieten uit de grond. Een feest voor het oog maar vooral ook voor de fotograaf. Want niet alleen de natuur is wakker geworden. Als je de social media erop naslaat is ook de fotograaf uit zijn winterslaap teruggekeerd, getuige alle prachtige beelden van bloemen, kikkers en nestelende vogels.

Voorjaarsbloeiers? De macrolens!

Het begon met de sneeuwklokjes en de krokussen, maar met de bosanemoontjes lijkt elk jaar het macroseizoen weer echt van start te gaan. Het is altijd een adembenemend gezicht een bosgrond bezaaid te zien met een zachtgroene waas met witte kopjes. Niet voor niets dat menig macrohart wakker wordt uit de winterslaap en op pad gaat naar deze bloeiers. Bewapend met de macrolens ligt menig fotograaf languit te genieten van de lente.

Heb je nog geen macrolens, maar zit je er wel aan te denken dan is de keuze reuze. Niet alleen diverse merken, maar ook nog eens diverse brandpuntsafstanden. Om nog maar te zwijgen van alle merken die de term “macro” op hun lenzen plakken terwijl het eigenlijk geen macrolenzen zijn.

Wat is macro?

Macro is eigenlijk een 1:1 vergroting of groter. Dat betekent dat het onderwerp even groot op de sensor komt als het in werkelijkheid is. Dat de grootte van het object even groot is aan de grootte van het beeld. Een onderwerp van 2cm wordt daarmee ook 2cm op de sensor geprojecteerd en zal een groot deel van de sensor beslaan. Een libel is veel groter dan menig sensor, om die beeldvullend te fotograferen moet je hem dus iets verkleinen. En is het automatisch dus al officieel geen macrofoto meer maar een close-up-foto.

Echte macrolenzen zijn ten eerste altijd lenzen met een vast brandpunt, geen zoomlenzen dus, en zijn alleen echt “macro” wanneer je het meest dichtbij scherpstelt. Een andere misvatting is dat deze lenzen alleen voor macrofotografie geschikt zouden zijn. Dat is niet waar. Je kunt ze gebruiken als iedere andere lens, alleen kunnen ze zó dichtbij dat je precies 1:1 kunt vergroten.

Soorten macrolenzen

Er zijn diverse soorten macrolenzen waarbij het belangrijkste verschil de brandpuntsafstand is. Zo heb je 50mm tot 60mm lenzen. Deze objectieven zijn vooral geschikt voor niet-wegwandelende onderwerpen zoals planten, omdat je met deze brandpuntsafstand wat dichterbij je onderwerp zit.

Voor de echte insecten-fotografen zijn er de 150mm tot 180mm objectieven. Deze objectieven kunnen niet meer vergroten maar je blijft wat verder weg van je onderwerp wat de meeste insecten wel zo prettig vinden.

Een mooie gulden middenweg die de meeste macrofotografen bewandelen zijn de objectieven van rond de 100mm. Daarin is het assortiment ook het grootst. Wat beeldkwaliteit betreft zijn ze allemaal steengoed, de prijsverschillen zitten vooral in de specificaties. Zo wordt de één langer en korter, heeft de ander geen autofocus en is de derde gestabiliseerd. Dan heb je nog de hele speciale Laowa 15mm 1:1 macrolens waar ik al eerder een review over heb geschreven.

Waar werk ik graag mee? Ik heb zelf een 100mm macrolens en de Laowa 15mm. Daarnaast doe ik ook erg veel met telelenzen en 50mm lenzen. Kortom, van alles wat.

Aan de slag met macro…, scherptediepte!

Fotografie valt technisch gezien grofweg uiteen in twee belangrijke zaken. Belichting en scherpte(diepte). Beide worden geregeld door met name het diafragma. Bij landschapsfotografie is vooral de belichting van belang wegens de vaak grote contrasten, maar bij macrofotografie is de scherpte en scherptediepte ontzettend belangrijk. Eén millimeter naar voren of naar achteren kan al het verschil betekenen tussen een wel of niet scherp onderwerp. En als je een bloem fotografeert..., wil je dan de hele bloem scherp of alleen de meeldraden?

Scherptediepte is het fenomeen dat niet alleen je scherpstelpunt (het onderwerp waar je op scherpstelt) scherp is, maar ook een gebied ervoor en erachter. Dat hele gebied noem je het scherptedieptegebied. En dat kan variëren van klein (alleen je onderwerp scherp) tot groot (ook alles ervoor en erachter is scherp).

Diafragma

Er zijn een drietal belangrijke factoren die van invloed zijn op dat scherptedieptegebied. De eerste is het diafragma. Naast dat het diafragma samen met de sluitertijd en ISO de belichting regelt, is het ook van invloed op de scherptediepte. Eigenlijk is dat zelfs de hoofdfunctie. Niet voor niets dat ik, en vele andere fotografen met mij, grotendeels fotograferen in de stand A (of Av). Daarbij stel ik het diafragma in en bepaalt de camera de bijbehorende sluitertijd. Hoe groter het diafragmagetal (hoe kleiner de lensopening), hoe groter het scherptedieptegebied. Dus een diafragma van f/32 heeft een enorme scherptediepte terwijl bij f/2.8 maar een heel kleine randje van je onderwerp scherp zal zijn.

Natuurlijk moet je er wel rekening mee houden dat alle instellingen die je aan je diafragma doet ook van invloed zijn op de belichting. Immers, als jij f/22 selecteert, moet het licht door zo’n klein gaatje dat de sluitertijd automatisch heel langzaam zal worden en je wellicht niet meer uit de hand kunt fotograferen. Hoog dan je ISO wat op of… het beste natuurlijk: gebruik een statief. Alleen als je onderwerp niet stilstaat zoals een insect of een bloem in de wind zul je het beste beide kunnen doen.

Afstand tot je onderwerp

Een tweede belangrijke factor is de afstand tot je onderwerp. Hoe dichterbij je kruipt bij je onderwerp, hoe kleiner de scherptediepte automatisch wordt en hoe onscherper de achtergrond zal worden. Andersom heeft een grote afstand tot je onderwerp een scherptediepte vergrotend effect, hier hebben veel landschapsfotografen baat bij. Wanneer je dus met je macro lens dicht op je onderwerp gaat zitten om hem lekker groot in beeld te krijgen moet je er rekening mee houden dat de scherptediepte daardoor wel eens zó klein kan worden dat je met je diafragma moet gaan compenseren.

Brandpuntsafstand

Als derde is ook de brandpuntsafstand, de mate van zoomen, van grote invloed. Hoe verder je inzoomt, bijvoorbeeld met een telelens, hoe kleiner de scherptediepte. Andersom zorgt een groothoeklens automatisch voor een grote scherptediepte. Ook hier hebben landschapsfotografen baat bij. Dus niet alleen de beeldhoek verandert waardoor er meer of minder op de achtergrond te zien zal zijn, ook de scherpte van de achtergrond verandert bij een andere lenskeuze.

Wat is de verhouding tussen alle elementen?

Nu hebben we verschillende elementen die invloed hebben op de scherptediepte: diafragma, afstand tot het onderwerp en brandpuntsafstand. De vraag is hoe deze elkaar beïnvloeden en hoe sterk ze op elkaar inwerken.

De grap is dat focusafstand en brandpuntsafstand een nagenoeg gelijk effect hebben. Zoom ik verder in (scherptediepte verkleinend) en ga ik tegelijk naar achteren (scherptediepte vergrotend) dan verandert de scherptediepte niet. Sterker nog, het onderwerp verandert ook niet. Immers, ik heb net zover ingezoomd als dat ik naar achteren ben gegaan. De achtergrond van het onderwerp verandert echter enorm omdat de beeldhoek verandert.

Hoe verhouden al deze factoren zich?

Zoals je in bovenstaand voorbeeld hebt kunnen zien, heb ik de bosanemoon in alle foto’s zoveel mogelijk gelijk op de foto gezet. Omdat ik per foto meer inzoomde, moest ik dus ook meer naar achteren gaan, anders zou de bloem groter in beeld komen dan op de vorige foto. Het verder naar achter gaan heeft een scherptediepte vergrotend effect, het inzoomen een scherptediepte verkleinend effect. Beide factoren werken in dit geval dus tegengesteld. Twee keer zover naar achteren heeft hetzelfde – tegengestelde – effect als twee keer zoveel inzoomen. De scherptediepte verandert in dat geval niet. Echter, omdat de achtergrond wel verandert – immers bij inzoomen krijg je steeds minder achtergrond – lijkt het alsof een ingezoomde foto een veel kleinere scherptediepte heeft. Door de veel kleinere beeldhoek bij verder inzoomen wordt de hele achtergrond bedekt door het kleine onscherpe deel achter het onderwerp, terwijl bij de uitgezoomde foto ook verder weg meekomt in de foto.

Dus, heb je geen macrolens maar wil je toch bloemen met een mooie onscherpe achtergrond? Dan kun je beter met je telelens te werk gaan, ondanks dat je wat verder weg zult moeten blijven dan met je standaard- of groothoeklens, puur vanwege de kleinere beeldhoek.

Dus…, heb je geen macro lens maar wil je toch bloemen met mooie onscherpe achtergrond? Dan kun je beter met je telelens aan het werk gaan, ondanks dat je wat verder weg zal moeten blijven, dan met je standaard- of groothoeklens.

Scherptediepte bij compactcamera’s

Mensen die fotograferen met camera’s met kleine sensoren (hoge cropfactoren), zoals telefoons en compactcamera’s hebben vaak moeite met het verkleinen van de scherptediepte in hun foto’s. De kleine sensor gebruikt namelijk vaak objectieven met hele kleine brandpuntsafstanden waardoor de scherptediepte automatisch heel groot is. Ik grap wel eens “het grote voordeel van een compactcamera is dat altijd alles scherp is, het grote nadeel van een compactcamera is dat altijd alles scherp is”.

Om een kleine scherptediepte met een compactcamera te realiseren zul je de drie van invloed zijnde factoren dus extreem moeten toepassen…, gebruik het allerkleinste diafragma, zoom zo ver mogelijk in en kruip zo dicht mogelijk op je onderwerp. En zorg voor een grote afstand tussen je onderwerp en de achtergrond. Mooie onscherpe achtergronden zijn ook mogelijk met een compactcamera, maar je zult wat meer moeite moeten doen dan met een spiegelreflex.

Kijken naar Johan van der Wielen

In de video hiernaast kan je kijken hoe Johan dit blog nog eens extra verduidelijkt, en dat ook meteen op locatie. Zo kun je al de info die je hierboven allemaal te verwerken hebt gekregen nog eens op je gemak terugkijken.

Auteur

Johan van der Wielen

Natuur- en landschapsfotograaf Johan van der Wielen wil met zijn beelden niet alleen de schoonheid maar ook het belang van de natuur laten zien. Met zijn enthousiasme, energie en passie voor de natuur wil hij anderen inspireren om naar buiten te gaan en zich te laten overweldigen door zowel de grootsheid als kleinste details van het leven om ons heen. Zijn beelden gaan vooral om de ervaring en beleving, de sfeer en emotie.

Bekijk alle berichten