Tips en inspiratie

10 tips voor het fotograferen van sneeuw en winterse landschappen

Gijs de Reijke 5 maanden geleden

Leuk toch, zo’n wit tapijtje in de tuin? Sneeuwpoppen maken, sneeuwballen gooien, met de slee van de dijk af, de hond door het dolle heen… Koud, nat, glad en er doorheen moeten rijden met de fiets of auto is voor mij jarenlang de enige manier van het beleven van deze bevroren vorm van water geweest. Ik had er niet veel mee tot ik landschapsfotografie wat serieuzer begon te beoefenen. De sfeer van het weer en het seizoen wilde ik vastleggen. Het voornemen was om af en toe misschien een wit landschap in te gaan voor wat foto’s en daarna weer snel te vertrekken...

Er zijn genoeg mooie kansen

Al snel werd mij duidelijk dat de variatie binnen ‘winterse landschappen’ gigantisch is. Er ligt een leven lang aan het ontdekken van composities en kansen voor de boeg. Natuurlijk gaat het veel verder dan alleen sneeuw, met onder andere dun berijpte bomen en velden, al dan niet nog steeds omringd door aanvriezende mist. Toch gaat mijn voorkeur uit naar het extreme, het vaak ‘on-Nederlandse’. Een hoge bergtop bedekt in meters sneeuw, met bomen veranderd in abstracte standbeelden door een dikke laag, keiharde rijp. Betrekkelijk verre reizen naar oorden als Lapland zijn niet eens nodig; zoek het op de juiste momenten wat hogerop in onze buurlanden en een fantastische winterwereld wereld openbaart zich. Toch is het niet zo dat alleen het buitenland mooie kansen biedt voor winterfotografie.

Tip 1: Bereid jezelf goed voor

Net zo goed als bij alle andere vormen van landschapsfotografie, wil ik van tevoren een doel hebben. Vaak komt dat in de vorm van een specifieke compositie en een specifieke locatie, zonder daarbij de rest van het landschap en de omstandigheden uit het oog te verliezen op het moment dat ik in ‘het veld’ ben. Wil ik gaan voor minimalisme? Iets met mist? Een heldere sterrenhemel? Een zonsopkomst? Plannen is erg belangrijk, maar niet het volledige verhaal. Toch is goed voorbereid zijn voor sneeuwfotografie nog belangrijker dan in veel andere takken van landschapsfotografie…

Tip 2: Denk aan de veiligheid

De nadruk ligt bij sneeuwfotografie niet zozeer op het maken van een foto door simpelweg vroeg op te staan en door te zetten, maar vooral op veiligheid. Kan ik zonder het nemen van grote risico’s op locatie komen en kan ik even gemakkelijk weer naar huis? Een foto is geen autowrak of erger waard. Rekening houden met de hoeveelheid sneeuw, eventuele ijzel en overige omstandigheden op de weg maakt het verschil tussen een leuke fototrip of een ervaring die niet voor herhaling vatbaar is. Ik vertrek op tijd en ben voorbereid op lange files. Daarnaast zorg ik ervoor dat er altijd mensen in mijn directe omgeving zijn die weten waar ik ben en wat ik doe én houd ik regelmatig contact.

Tip 3: Kleed je naar de omstandigheden

Buiten gladheid speelt ook de kou zelf een grote rol in bepalen wat wel en niet kan. Ik kleed me nadrukkelijk op de weersomstandigheden die er zijn tijdens het lopen en fotograferen. Tussen die twee kan een flink verschil bestaan. Loop ik kilometers bergop door zachte sneeuw, dan trek ik enkele, betrekkelijk, dunne lagen aan om niet te veel te zweten. Ben ik op locatie en daarmee vanuit fysiek oogpunt een stuk minder actief, dan wil ik meer en wat dikkere lagen aan kunnen trekken. In sneeuwval en mist bovendien een buitenste laag die waterafstotend is. Hand- en voetwarmers kunnen heel handig zijn, vooral bij temperaturen die ver onder het vriespunt liggen.

Tip 4: Vergeet jezelf niet

Ik neem ruimschoots voldoende water en voedsel mee wanneer ik op pad ga. Bovenop alle inspanningen die ik tijdens een eventuele wandeling lever, moet mijn interne kachel energie krijgen om goed te blijven branden. En wat zeker niet onderschat mag worden: kan ik te voet wel veilig komen waar ik wil fotograferen? Is de sneeuw niet te diep? Is de grond onder de sneeuw betrouwbaar?

Tip 5: Neem meerdere lenzen en accu's voor je camera mee

Het maken van een boeiende winterfoto is niet altijd eenvoudig. Graag laat ik me inspireren door de veranderende omstandigheden en ik wil zo flexibel mogelijk zijn voor het maken van composities. Daarom neem ik verschillende objectieven mee: ultragroothoek (14-24mm), midrange (24-70mm) en telezoom (70-300mm). Wat ik ook wil schieten, een camera zal moeten werken. Niet alleen het fotograferen en controleren van foto’s kost een hoop energie, maar vooral de live view om onder andere scherp te kunnen stellen.

Ik heb vier accu’s voor mijn camera’s, die allemaal volledig opgeladen mee op pad gaan als ik verwacht veel foto’s te maken. Wanneer het koud is, is dat aantal accu’s vaak meer dan een luxe en wordt het zelfs een noodzaak. Accu’s leveren veel minder lang het gewenste vermogen tijdens koude omstandigheden. Dat geldt ook voor de accu van mijn telefoon, waarvoor ik een volledig opgeladen powerbank meeneem. Bij voorkeur bevinden accu’s voorafgaand en na gebruik zich dicht op mijn lichaam, zodat ik nog net dat laatste beetje energie kan gebruiken, mocht het nodig zijn. Het is daar een stuk warmer dan in een tas.

Uiteraard maak ik gebruik van een statief om mijn camera stabiel te kunnen plaatsen. En van doekjes om het voorste element van mijn objectieven van druppels en sneeuwvlokken te ontdoen. Daarnaast geldt voor al mijn fotosessies dat ik gebruik maak van twee geheugenkaarten, waarvan de tweede een back-upfunctie vervult. Mijn bestanden zijn belangrijk en geheugenkaartjes gaan ook wel eens stuk.

Tip 6: Zoek een duidelijk onderwerp

Wat een interessant onderwerp is voor een foto laat ik aan ieder voor zich om te bepalen, maar ik werk graag met een duidelijk onderwerp. Een boom, een laan, een waterval; het is mij om het even. Zolang ik maar een duidelijk herkenbaar object te midden van een krachtige sfeer kan plaatsen. Minimalisme kan daarin een goed middel zijn, maar een paar elementen meer kunnen een foto vaak sterk maken. Het fotograferen van een winters landschap is daarmee niet anders dan het fotograferen van een landschap in andere weersomstandigheden.

Tip 7: Let op je belichting

Heb ik een compositie gekozen, dan wil ik zoveel mogelijk bruikbare informatie vastleggen. Heb ik meerdere belichtingen nodig? Wil ik een ‘focus stack’ maken? Ik schiet om het nabewerken zo eenvoudig mogelijk te maken, dus alles wordt opgeslagen in het RAW-formaat. Vaak merk ik dat de camera een situatie ‘te licht’ inschat en wordt de lichtmeting onbetrouwbaar, waardoor het kan gebeuren dat foto’s enigszins onderbelicht raken.

Een veel gegeven tip is om net wat meer licht op de sensor te laten vallen dan wat de camera denkt dat goed is. Vaak werkt dat goed, maar in het geval van onzekerheid schiet ik meerdere foto’s met verschillende belichtingen. Een iets donker uitgevallen foto is in de nabewerking nog goed te redden, daadwerkelijke overbelichting niet.

Tip 8: Zorg voor je apparatuur

Het thuis bekijken en nabewerken van de foto’s zal moeten wachten tot de tas, waarin al je fotoapparatuur zit, op kamertemperatuur is gekomen. Er is anders behoorlijk wat kans dat de camera’s en objectieven aan de binnenkant condensvorming krijgen. Dat is uiteraard niet de bedoeling, want de interne hardware is niet gemaakt op vochtig worden. Om de levensduur van mijn spullen zo lang mogelijk te laten zijn, droog ik op locatie alles zo goed als het kan af voordat het weer de tas in gaat. Daarna duurt het thuis een paar uur voordat ik de tas open.

Tip 9: Bewerk je foto’s na

Eenmaal begonnen aan de nabewerking draait mijn werkwijze om een paar eenvoudige principes: ik wil het realistisch houden, maar wel de sfeer benadrukken. Vaak vallen sneeuwfoto’s automatisch iets te blauw uit, maar dat wil niet zeggen dat blauwe oppervlakken geen plaats hebben binnen winterfoto’s. Schaduwen op sneeuw en rijp ogen blauw, dus mogen als zodanig te zien zijn in een foto. Is een foto geschoten in schemerlicht tijdens mistige omstandigheden of sneeuwval, dan geldt dat voor een veel groter deel van de foto. Een koele sfeer kan een foto krachtig maken. Uiteraard is het door het fotograferen in RAW mogelijk om naderhand de kleuren naar wens aan te passen.

Een van de belangrijkste manieren om een foto levendig te krijgen is door licht en eventueel warme kleuren te gebruiken op de plaats waar de aandacht naartoe moet. Met veel gebruik van schaduwen in de rest van de foto, vaak in koelere tinten, maar dan wel met een verminderde verzadiging binnen die schaduwen. Zie het als een natuurlijk ogende vignettering, die verder gaat dan alleen de hoeken van de foto en een onregelmatige vorm heeft. Dit is een benadering die ik binnen vrijwel al mijn foto’s toepas, maar die niet altijd eenvoudig is te realiseren, zeker niet wanneer lichte oppervlakken wat donkerder gemaakt mogen worden.

Tip 10: Er is meer dan sneeuw

Ben ik voor mijn winterse platen volledig afhankelijk van sneeuw? Zoals ik eerder al aangaf: nee. Bijna net zo graag werk ik met ijs op sloten en meren, of rijp die in de polders te vinden is na een nacht vorst en grondmist. Een wit landschap, al dan niet gecombineerd met wat mist en zelfs een fraaie zonsopkomst, kan altijd wonderen doen voor het sfeervol maken van foto’s. Met de steeds schaarser wordende kansen wil ik er zo vaak mogelijk op uit. Hopelijk heb ik je met dit blog geïnspireerd om tijdens deze winter hetzelfde te doen zodra een mooie gelegenheid zich voordoet!

Handig om mee te nemen

Auteur

Gijs de Reijke

Gijs is leraar aardrijkskunde en landschapsfotograaf. Voor zijn fotografie laat hij zijn passie voor onder andere meteorologische verschijnselen nadrukkelijk naar voren komen; het vastleggen van onder andere onweer, mist en sneeuw behoort tot de voornaamste doelen die hij zichzelf stelt. Onweer wordt door hem vaak gebruikt als onderwerp, andere verschijnselen meer als sfeermakers.

Bekijk alle berichten

Blijf op de hoogte

Houd mij op de hoogte van laatste nieuwtjes, interessante blogs en aanbiedingen.