Tips en inspiratie

Portretfotografie met maar één flitser

Martin Hogeboom 1 jaar geleden

Hoe maak je met weinig middelen een interessant verlicht portret en waarom is daarbij vooral de juiste plek voor je model belangrijk? Kijk wat er voor moois kan worden gemaakt met maar één flitser en simpele technische stappen!

Waarom één flitser?

Als ik portretten maak, heb ik het liefste al mijn aandacht bij mijn model. De klik tussen de persoon voor en de persoon achter de camera is één van de belangrijkste ingrediënten voor een goed portret. Techniek kan vaak verschrikkelijk in de weg zitten. Alle energie die je besteedt aan je camera of flitser gaat toch ten koste van het contact met je model en de flow in je fotoshoot. Het liefst zou ik dus alles zo simpel mogelijk houden: fotograferen met een klein automatisch cameraatje en alleen bestaand licht gebruiken.

Maar toch..., vaak wil ik toch wel wat extra’s toevoegen aan mijn foto’s, bijvoorbeeld de sfeer wat veranderen of het gezicht van het model er wat mooier uit laten komen. Voor je het weet zit je in een tweestrijd tussen lekker simpel fotograferen en wat meer techniek uit de kast halen.

Hoe doe je dat?

Gelukkig hoeft het niet al te moeilijk te zijn om een interessant verlicht portret te maken. Je hebt daar niet altijd een hele batterij aan lampen of flitsers voor nodig, meestal is één lampje al genoeg. Als je de volgende uitgangspunten in de gaten houdt, hoeft dat ook niet al te moeilijk te zijn:

  1. Gebruik een "off-camera" flitser
  2. Stel je camera (en liefst ook de flitser) in op handmatig
  3. Zet het model op de juiste positie ten opzichte van het aanwezige licht

Stap één: de flitser doe je off-camera

Het liefst gebruik ik een flitser los van de camera: daarmee wordt het licht een stuk minder plat en kun je je model er op haar voordeligst uit laten komen. Je hebt een klein lampstatiefje om de flitser op te plaatsen nodig en misschien een flitsparapluutje om het licht wat zachter te maken.

Om de flitser aan te sturen vanaf de camera heb je een triggersysteem nodig: een zendertje op je camera en een ontvanger onder je flitser. Het triggersysteem zorgt ervoor dat de flitser afgaat op het moment dat je de foto maakt.

Er zijn heel veel verschillende systemen verkrijgbaar, van volledig handmatig tot volautomatisch. Bij CameraNU.nl kunnen ze je prima voorlichten over de verschillende modellen en functies die er zijn. Volautomatisch werkt het makkelijkst, je hoeft dan zelf niks in te stellen op je flitser. Dat scheelt weer een stapje; weer wat minder techniek die in de weg kan zitten. Het nadeel is wel dat het wat duurder kan zijn. Mocht je niet zoveel willen of kunnen investeren, dan kun je ook prima uit de voeten met een handmatig systeem. Daarbij moet je dus zelf het vermogen van de flitser instellen. Maar heb geen angst, handmatig flitsen is lang niet zo moeilijk als het lijkt. Een manuele flitsfoto maken is ongeveer net zo moeilijk als een goed belichte foto maken met je camera op de manual stand. Met een paar testshots kom je een heel eind.

De juiste sterkte bepaal je door even een foto te maken, te kijken hoe licht of donker het flitslicht overkomt, het vermogen iets naar boven of beneden bij te stellen en opnieuw een foto te maken om weer te beoordelen. Totdat het naar jouw smaak goed staat.

Zelf maak ik gebruik van Cactus V6 triggers en Cactus RF60 flitsers; een systeem dat alleen handmatig instelbaar is en voor meerdere merken camera’s geschikt is. Het mooie hiervan is dat je op de trigger bovenop de camera het vermogen kunt instellen van een flitser die je een paar meter verderop hebt staan. Dat scheelt weer wat heen en weer lopen.

Stap twee: handmatig fotograferen

Hoewel ik erg houd van automatische systemen, bij flitswerk geef ik toch de voorkeur aan handmatige instelling van zowel de camera als de flitser. De reden is dat ik bij dit soort opnames altijd te maken heb met twee soorten licht in mijn foto: aanwezig licht en flitslicht. En de balans tussen beide soorten wil ik graag zelf bepalen. De sterkte van het aanwezige licht in mijn foto bepaal ik door de instelling van de belichting op mijn camera (diafragma, sluitertijd en ISO-waarde), de hoeveelheid flitslicht bepaal ik door de instelling van het vermogen van de flitser (M-stand, bijvoorbeeld 1/32).

Op het moment dat ik TTL flits of automatisch werk, gaan de camera en de flitser samen bedenken wat de balans wordt. De belichtingsinstelling van je camera is erg belangrijk, daar leg je de basis mee voor een goede flitsfoto. Dus voordat je je flitser inschakelt, moet je die belichting eerst bepalen. De reden daarvoor is dat de werking van het flitslicht wél zichtbaar moet zijn in je foto! Daarvoor heb je een donkere partij nodig waar je op flitst, je schaduwpartij. En die ga je maken door je belichting zo in te stellen dat er een te donkere, onderbelichte foto ontstaat. En bij het fotograferen van een persoon is het dan belangrijk dat vooral de persoon te donker is. De donkere delen die je ziet, worden straks de schaduwpartijen in je flitsfoto. Je bepaalt hier dus al hoe diep je schaduw wordt. Om dat voor elkaar te krijgen kun je simpelweg de belichting een flink stuk lager instellen, waardoor het hele beeld te donker wordt, zowel de voor- als achtergrond.

Vervolgens schakel je de flitser je in en heb je goed belichte flitsfoto...

Stap drie: de positie van het model

Maar het kan ook anders! Je wilt namelijk niet bij elke foto een donkere achtergrond. Dan wordt de positie van het model ineens enorm belangrijk. Als je namelijk een lichtere achtergrond wilt, moet je de belichting op de camera een stuk ruimer instellen. Maar als je dat doet wordt alles lichter, ook het gezicht van het model, en ben je het schaduw-effect weer kwijt. Hoe los je dat op? Simpelweg door een plek te kiezen waarbij het model op een donkerder plekje staat dan de achtergrond. Hiermee heb je altijd schaduw op het gezicht en kun je - binnen bepaalde grenzen - variëren met de belichting van je camera en alsnog de achtergrond lichter of donkerder maken. Dit is nu mijn standaard manier van werken geworden: zodra ik weet dat ik een foto ga maken met flitslicht zoek ik een donker plekje voor mijn model. Dat kan heel simpel een plek met tegenlicht zijn, gewoon tegen de zon in:

Zodra ik op een fotolocatie kom, zoek ik gelijk naar een lichte achtergrond. In een kantooromgeving gebruik ik bijvoorbeeld vaak een raam dat ik, door een ruime belichting te kiezen, mooi ondoortekend wit kan maken. Of ik zoek een plekje waar het model in de schaduw van een paar bomen of een gebouw staat en flits vervolgens in.

Kortom, elk plekje waar wat licht in de achtergrond te zien is, is wel geschikt voor een flitsend portret. Als ik die positie heb gevonden, is het alleen nog een kwestie van een mooie belichting kiezen, de flitser inschakelen en beginnen met de shoot. Veel moeilijker wil ik de techniek liever niet hebben, zodat ik alle aandacht kan houden voor belangrijkere zaken, zoals het gesprek met de persoon voor de lens.

Lees ook eens het blog: Studiofotografie met één flitser

Auteur

Martin Hogeboom

Sinds 2001 is Martin fulltime beroepsfotograaf en mensen vormen het belangrijkste onderwerp. De ene keer fotografeert hij heel simpel in reportage-stijl, een volgende keer zijn het fotoshoots waarbij extra verlichting, styling en visagie komt kijken. Hij blijft steeds op zoek naar een "WOW!- effect".

Bekijk alle berichten