Tips en inspiratie

14 tips voor het maken van analoge panoramafoto’s

1 maand geleden

Panoramafotografie wordt vooral gebruikt voor landschappen, maar ik fotografeer juist mensen op een filmische manier. Al voordat ik analoog fotografeerde, sneed ik bijna al mijn beelden bij naar de 16:9 of de nog extremere 1:2 ratio. Mijn panoramafotografie kreeg nog meer vorm toen ik de Hasselblad Xpan heb gekocht, met een 65:24 ratio. Ik maak inmiddels al bijna acht jaar analoge panorama’s. In dit blog geef ik veertien handige tips voor het maken van analoge panoramafoto’s!

Tip 1: Kies een camera die bij je past

Panorama's schieten is vrij gemakkelijk op de nieuwste digitale camera's. De keus voor analoge camera's met panoramafunctie is beperkter. Vroeger hadden aardig wat analoge spiegelreflex camera's een panoramafunctie waarbij elke foto net iets breder uitviel dan een standaard 35mm foto. Mocht je hier geïnteresseerd in zijn, zoek dan naar een oude spiegelreflexcamera. Of een meer moderne variant zoals de Lomo Perfekt Horizon of de Lomography Belair X 6-12. Elke camera heeft zo zijn eigen voordelen, kies vooral iets wat bij je past.

Tip 2: Probeer verschillende films

Met de huidige analoge trend zijn er weer steeds meer soorten film beschikbaar. Elke soort film is uniek en heeft een bepaalde kenmerkende uitstraling. Kies een film uit waarvan de uitstraling je aanspreekt. Weet je niet waar je moet beginnen? Er zijn online genoeg voorbeelden te vinden of laat je iets aanraden in de fotowinkel.

Mocht je meerdere soorten film leuk vinden, probeer ze vooral allemaal uit. Leer de krachten kennen van de verschillende soorten. Niet elke soort film werkt namelijk even goed voor alle omstandigheden. Daarnaast kan film heel goed een gevoel versterken. Wat zie je en welke film zal dat gevoel versterken?

Ik werk zelf met meerdere soorten film, afhankelijk van de weersomstandigheden en het onderwerp. Waar ik erg van houd is de Kodak Portra 400 als ik in kleur wil schieten en Ilford Delta 400 voor zwart-wit momenten. Doordat ik panoramabeelden maak kies ik eigenlijk altijd voor 36 opnamen rolletjes, want door het extra brede panorama formaat krijg ik daar hoogstens 21 foto’s uit. Houd hier rekening mee als je rolletjes koopt!

Tip 3: Denk aan een lichtmeter

Ik loop altijd rond met mijn Hasselblad Xpan met 45mm f/4.0 lens, twee extra rolletjes en een lichtmeter. Fotograferen met film geeft al genoeg uitdaging, als ik meer lenzen meeneem voeg ik alleen maar variabelen toe die me kunnen afleiden tijdens het zoeken naar de beste momenten voor deze combinatie. Door deze beperking op te leggen zal ik creatiever gaan denken en kijken.

Een lichtmeter is essentieel als je camera geen lichtmeter ingebouwd heeft. Mocht je geen lichtmeter hebben, dan kun je een lichtmeter app of je digitale camera gebruiken om het licht te meten. De app zal je dezelfde of meer mogelijkheden geven dan een lichtmeter, maar uiteraard kan je ook je digitale camera meenemen om de instellingen mee te testen.

Tip 4: Schakel de panoramafunctie in

Schakel thuis alvast de panoramafunctie in op je camera zodat je het niet vergeet. Dit zal de hoeveelheid foto’s op één rolletje mogelijk beperken. Als je camera dat niet mogelijk maakt, kun je er altijd voor kiezen om achteraf een kleiner deel van de foto te gebruiken door je foto bij te snijden. Dit raad ik niet aan, want dit vergt meer inbeeldingsvermogen en kan je afleiden van het vangen van het juiste moment.

Tip 5: Weet wat je fotografeert

Ik kies mijn rolletje uit aan de hand van mijn onderwerp en lichtomstandigheden. Hierdoor wacht ik vaak tot bij aankomst met laden van mijn film. Als je film geladen is, moet je ervoor zorgen dat je camera de juiste ISO van de film heeft herkent of je moet het handmatig instellen. Zodra de ISO-waarde vast staat, kun je creatief gaan nadenken over de sluitertijd en het diafragma. Meet het licht en stel alles in. Dubbel check je instellingen voordat je op het knopje drukt, want je kunt het achteraf niet terug kijken of controleren.

Tip 6: Begin spelenderwijs

Begin te fotograferen, ondanks dat je met veel rekening kunt houden is dat het belangrijkste: gewoon doen. Leren doen we het snelst spelend. Schiet eens een rolletje vol en nadat je het hebt laten ontwikkelen kun je gaan kijken wat werkt en wat niet werkt. Zo zul je het snelst kunnen concluderen wat jij mooi vindt en of je bijvoorbeeld nog meer wilt fotograferen met deze film, of voor iets anders kiest.

Tip 7: Ga steeds bewuster fotograferen

Voordat ik begon met analoge fotografie, maakte ik soms wel tien keer hetzelfde beeld met een minimale variatie. Daarna bleef ik ze vergelijken om er zeker van te zijn dat ik de foto had gemaakt die ik zocht, terwijl menig mens de verschillen niet zag. Ik probeerde constant te verbeteren en ging uiteindelijk naar huis met veel te veel beelden waarvan er één sowieso was gelukt…

Als je analoog fotografeert, dan kun je de foto’s op dat moment niet vergelijken. En daarbij mag je hopen dat je nog precies weet hoe het eruit zag toen je de voor laatste keer op het knopje drukte. Analoge fotografie geeft je ook niet de mogelijkheid om oneindig foto’s te maken. Elk rolletje beperkt je tot 24 of 36 foto’s. Door deze beperkingen ga je bewuster foto’s maken.

Als je bewuster aan het werk bent zul je minder en betere foto’s maken. Je gaat composities beter overwegen, je leert beter kijken naar licht en gaat ook beter nadenken over hoe je de instellingen op je camera gebruikt. Bewuster fotograferen resulteert in betere beelden.

Tip 8: Bekijk composities anders

Met panorama heb je een breder beeld om rekening mee te houden, zodoende heb je meer ruimte om te vullen. Deze ruimte kun je gebruiken om het oog naar het onderwerp te leiden. Je kun er ook voor kiezen om de ruimte juist leeg te laten en dat geeft het onderwerp juist ademruimte. Een veel voorkomend probleem is dat er in die ruimte iets staat wat afleid van je onderwerp. Probeer de ruimte echt te gebruiken om je beeld te versterken.

De driedeling van de voorgrond, het midden en de achtergrond is met panoramafoto's misschien nog wel belangrijker om de kijker te blijven interesseren. Veel beelden die in het 3:2 formaat mooi zijn, passen niet in een panorama. Dit werkt ook andersom, want sommige beelden worden juist sterker. Probeer nieuwe composities uit. Creëer bijvoorbeeld een leegte om het onderwerp heen, want dit geeft meer ruimte voor interpretatie.

Tip 9: Durf jezelf uit te dagen

In eerste instantie ben ik begonnen met panoramafotografie om mensen vast te leggen in context of close-up. Tegenwoordig begeef ik me het liefst in stedelijke omgevingen met mensen. Ik raad aan om je eens met je panoramacamera in ruimtes te gaan begeven die normaliter niet voor de hand liggen. Daag jezelf daar uit om te fotograferen. Denk hierbij aan films in de bioscoop en laat je inspireren.

Tip 10: Je kunt altijd mooie foto’s maken

Ik raad geen specifiek moment op de dag aan om erop uit te gaan. Op elk moment van de dag kun je mooie foto’s maken. Verplaats je eens door de stad tijdens de zonsopgang, het middaguur en met avondlicht en fotografeer erop los. Elk moment van de dag heeft iets anders te bieden voor jouw fotografie.

Met veel bewolking zoek ik plekken op waar licht een richting krijgt door bruggen, gebouwen en andere overkappingen. Met hard zonlicht zoek ik plekken op waar harde schaduwen worden geworpen. Met zonsondergang kies voor reflecties om de kleuren te benadrukken of ga ik juist op zoek naar stadsverlichting. Hierbij verwijder ik zo veel mogelijk licht om extra veel spanning te creëren.

Ongeacht de omstandigheden maak ik vaak maar één foto per locatie, behalve als ik weet dat ik een fout heb gemaakt. Dit doet me geduldig wachten tot het juiste moment. Soms mis ik hierdoor het beste te verwachten moment en loop ik verder zonder een foto te maken of kom ik een dag later terug.

Tip 11: Durf de grenzen op te zoeken

Ik kies het liefst een film uit waarmee ik zo min mogelijk licht vang. Met een minder hoge ISO is er vaak minder korrel aanwezig. Dit betekent dat ik dat moet compenseren met mijn sluitertijd en het diafragma, maar ik schiet vrijwel nooit onder de f/5.6. Zodoende zoek ik altijd de grens op qua sluitertijd. Welke sluitertijd kan ik uit de hand behalen zonder bewegingsonscherpte?

Ik moet bekennen dat ik eigenlijk nooit een statief gebruik, ik ben liever flexibel, terwijl dit wel aan te raden is met panoramafotografie. Qua sluitertijd ga ik niet lager dan 1/45e van een seconde met mijn 45mm lens en ik zorg dat ik boven de 1/90e van een seconde blijf met mijn 90mm lens. Beide lenzen zijn behoorlijk beperkt in diafragma keuze omdat het kleinste diagram voor beide f4 is. Mijn favoriete diafragma is f/11 met veel licht en f5.6 in donkere situaties.

Tip 12: Ontwikkel de foto’s

Als je rolletje eenmaal vol is, dan wil je het laten ontwikkelen in een fotowinkel. Je kunt ze uiteraard ook zelf ontwikkelen. Ontwikkelen is een magisch proces. Je ziet de beelden langzaam tot leven komen. Als je dit aandurft. Ontwikkelen doe ik zelf niet meer, het is te zenuwslopend voor mij. Vanwege kleuren en de zenuwen laat ik het graag over aan een lab.

Het uitbesteden van de ontwikkeling maakt het analoge proces iets langer en daardoor ben ik nog dankbaarder voor de beelden. Bij ontvangst sta ik vaak voor verrassingen, omdat ik het moment misschien toch net anders voor ogen had. Mocht je ze laten ontwikkelen bij een fotolab, zorg er wel voor dat ze het niet op maat snijden. Ze houden helaas soms geen rekening met bredere beelden die voortkomen uit panoramacamera’s.

Na het ontwikkelen kun je de negatieven in laten scannen, zo heb je meteen digitale bestanden om mee te werken. Je kunt ze ook thuis inscannen met een speciale filmscanner of je kunt de negatieven fotograferen en omzetten op de computer. Ik fotografeer ze zelf thuis, maar laat ze inscannen in een fotolab als ik ze op hele hoge kwaliteit wil hebben.

Tip 13: Bewerk de digitale bestanden

Met het digitaliseren van de film doemen er vaak stofjes op. Deze poets ik digitaal weg. Na het schoonmaken van het digitale bestand werk ik de kleuren en het contrast bij. De kleuraanpassingen zijn puur op smaak gebaseerd, maar kleuren kunnen soms ook anders uitvallen door de digitalisering. Ik doe niet veel aan mijn analoge foto’s, maar er is niks mis met analoge foto’s nabewerken. Dit deden ze vroeger ook al in de donkere kamer!

Tip 14: Druk je foto’s af

Het mooiste van analoog fotograferen is prints maken, want dan komt het beeld, met kleur en korrel, echt tot leven. Het is echt de moeite waard om dit in een donkere kamer te doen, direct met het analoge beeld. Mocht je dit niet willen of kunnen, raad ik aan om het digitale bestand te laten afdrukken. Bij het maken van een print zie je meteen de resultaten van de moeite die je in je werk hebt gestopt. Het papier heeft ook nog effect op de kleurbeleving en de diepte. Fotografie met film is gemaakt om af te drukken op papier, probeer het maar en geniet van de resultaten.

Beginnen is het moeilijkst

Analoge fotografie biedt allerlei mogelijkheden en je kunt er al veel over leren voordat je er echt mee begint. Hierdoor kan de drempel soms hoog liggen om echt de stap te gaan maken. Desondanks dat er veel anders is, zal het steeds neerkomen op het juiste moment vangen. Ik ben nog lang niet klaar met leren over analoge panoramafotografie en blijf mezelf altijd uitdagen. Ik hoop je met dit blog te hebben gemotiveerd om het zelf ook te gaan proberen. Speel en geniet van het proces!

Handig voor analoge fotografie

Auteur

Tom Kluyver

Fotografie is voor Tom Kluyver dé manier om zijn unieke blik op de wereld met mensen te delen. Het is zowel een ontdekkingstocht als een medium. Tom maakt analoge panorama’s en hij wil zonder enige manipulatie iets creëren waar je naar kunt kijken terwijl het blijft fascineren. Beelden maken waar hij zelf blij van wordt en deze verkopen als prints, daar haalt Tom zijn voldoening uit.

Bekijk alle berichten

Blijf op de hoogte

Houd mij op de hoogte van laatste nieuwtjes, interessante blogs en aanbiedingen.